Berichten

  • Gewijzigde gegevens.


    MET INGANG VAN 15 MEI IS DE GGU DIGITAAL VERHUISD:

    www.geertgrote.nl
    info@geertgrote.nl

     

  • Nu op Youtube: Dr Rump over de toekomst van de psychologie.

    Voordracht Dr Rump over de toekomst van de psychologie te beluisteren op Youtube.
    Directeur Harry Rump van het Jungiaans Instituut heeft op zaterdag 17 december een voordracht gehouden over ‘De Toekomst van de Psychologie’, op uitnodiging van de GGU.
    Deze boeiende lezing kunt u nu integraal (terug-)beluisteren. Met dank aan Harry Rump en het Jugiaans Instituut.

    Als geen andere wetenschap is Psychologie de afgelopen jaren geplaagd door schandalen die gemakshalve worden gevangen onder het kopje ‘wetenschapsfraude’. Volgens Rump is dit echter maar het topje van de ijsberg. Hij is geïnteresseerd in de dieper liggende oorzaak waardoor nu duizenden wetenschappelijke onderzoeken over worden gedaan en waardoor het imago van menig ‘peer reviewed’ A-tijdschrift een deuk heeft opgelopen.

    Pionier Harry Rump zal zijn visie ontvouwen over de ontwikkeling van zijn vakgebied in de Europese context. Volgens hem is het hoog tijd een wetenschappelijk verantwoord tegenwicht te bieden aan de eenzijdig op gedrag gerichte universitaire psychologie en het waarheidsmonopolie van het uit de Angelsaksische wereld overgewaaide zgn. behaviorism te breken. In Rumps streven Psychologie weer als Geesteswetenschap op te vatten, wil de GGU graag zijn bondgenoot zijn.

    Dr H.A.J. (Harry) Rump MEd (Deventer, 1946) was in 1990 met Madeleine Witteveen mede-oprichter, en sindsdien directeur, van het Jungiaans Instituut, Academie voor Dieptepsychologie te Nijmegen (www.jungiaansinstituut.nl) dat voor de psychologie-traditie van Jung en Freud in de 21e eeuw een nieuwe standaard zet.

  • Optreden Prof. De Wit wordt Von Laun Lezing op 24 februari in de Senaatszaal van de Theologische Universiteit Kampen

    Prof. Dr Theo de Wit houdt in Kampen de Von Laun Lezing 2017 en wel op vrijdag 24 februari 2017 (15-17 uur) in (NB!) de Senaatszaal van de Theologische Universiteit, Broederweg 15 te Kampen onder de titel ‘Tolerantie als Toverbal, ofwel: waarom tolerantie niet onze hoogste waarde kan zijn’.

    In de soms heftige discussie over onze multiculturele werkelijkheid wordt dikwijls het woord ‘tolerantie’ in de mond genomen, maar wat betekent het eigenlijk? Wie iets meer afstand neemt ziet een ontwikkeling die ronduit spectaculair is te noemen. Terwijl het bij tolerantie vanaf het einde van de zestiende eeuw ging om het respect voor de gewetensvrijheid en een minimale verdraagzaamheid jegens afwijkende geloofsovertuigingen, wordt het begrip vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw opgewaardeerd tot de deugd van de ware wereldburger. ‘Zijn we door globalisering en migratie immers niet allemaal vreemden en buitenlanders geworden?’- hoor je sommigen dan zeggen. Maar recentelijk zijn we getuige van een nieuwe ontwikkeling in de merkwaardige geschiedenis van de tolerantie. Tolerantie wordt een strijdparool dat scherpe scheidslijnen trekt tussen ‘wij’ tolerante westerlingen en ‘zij’, intolerante anderen. Tolerantie dreigt dan een oproep tot …intolerantie te worden. Dit roept de vraag op hoe tolerantie kan worden gered, maar leert ons ook een harde les: tolerantie kan niet onze hoogste waarde zijn.

    Prof. Dr Th.W.A. (Theo) de Wit (Utrecht, 1953) is politiek theoloog en filosoof. Hij is hoogleraar aan Tilburg University en gasthoogleraar aan de Universiteit Stellenbosch. Naast zijn wetenschappelijke werk (De Onontkoombaarheid van de Politiek. De Soevereine Vijand in de Politieke Filosofie van Carl Schmitt luidde de titel van zijn proefschrift) heeft hij zich ook breder maatschappelijk geëngageerd, met name op het snijvlak van religie en politiek, waarvan ook zijn gastoptredens op televisie getuigen (zoals ‘De Nieuwe Wereld’ en ‘Het Filosofisch Kwintet’). Van hem of onder zijn redactie verschenen ondermeer: De Nieuwe Achteloosheid, (Kampen 2001), Humanisme en Religie (Delft 2005), Ongewenste goden (Amsterdam 2006). Zijn huidige aandachtsvelden zijn democratie en macht, politiek en religie, en multiculturaliteit en tolerantie.

    Plaats:       Senaatszaal van de Theologische Universiteit, Broederweg 15 te Kampen
    Tijd:         vrijdag 24 februari 2017 van 15.00 uur tot 17.00 uur (zaal open om 14.30 uur)
    Toegang:   €10 (voltijds studenten € 5).
    Koop uw kaartje DIRECT via de GGU-webwinkel.
    Als dit niet lukt, kunt u een plaats laten te reserveren via info@geertgrote-univ.nl.

  • Programma Juridisch Symposium 2017
  • Juridisch Symposium 2017

    GGU organiseert met Kluwer Juridisch Symposium 2017: ‘Democratie, Macht en Recht’

    Het Rudolf von Laun Instituut van de Geert Grote Universiteit (GGU) organiseert in samenwerking met uitgeverij Wolters Kluwer een Juridisch Symposium rond het verschijnen van het Democratisch Manifest (2016) van A.Q.C. Tak en van diens handboek over Democratie dat daar wordt gepresenteerd.

    Het Symposium heet ‘Democratie, Macht en Recht’ en wordt gehouden in de Broederkerk te Kampen op vrijdag 10 februari 2017. Het is primair bedoeld voor juristen en rechtsfilosofen, maar is ook toegankelijk voor wie zich zorgen maakt over de toekomst van de rechtsstaat.

    Rechtsfilosofische reflectie op ‘Democratie, Macht en Recht’ staat centraal.
    Mw Prof. Mr M. (Maria) Schreuder-Vlasblom (hoogleraar Staatsrecht, Universiteit Leiden) is dagvoorzitter. Hoofdspreker is Prof. Mr A.Q.C. (Twan) Tak (em. hoogleraar Staatsrecht, Universiteit Maastricht).

    Als co-referenten hebben toegezegd: Prof. M.E. (Matthias) Storme (Directeur Instituut voor Handels- en Insolventierecht, KU Leuven), Mr C.J.A. (Chris) Crasborn (onderzoeker vernieuwing Staatsrecht, onder voorbehoud), Dr B.R. (Bastiaan) Rijpkema (Universiteit Leiden) en Dr L. (Lukas) van den Berge (Erasmus Universiteit Rotterdam).

    Achtergrondinformatie Symposium

    Weet je niet, wat je te vrezen hebt, maar vrees je toch, dan noemen we dat angst. Het lijkt er op dat onze maatschappij angstig aan het worden is. Angst is een vorm van individuele of collectieve onzekerheid met twee kanten: een subjectieve en een objectieve. Men is ongerust over een toekomst die men niet kent, omdat men niet weet, hoe zich daarop in te stellen.

    Duaal Denken
    A.Q.C. (Twan) Tak, emeritus hoogleraar Staatsrecht aan de Universiteit Maastricht, probeert in zijn Democratisch Manifest die angst te analyseren. Hij doet dat als jurist, maar laat zich sterk inspireren door Plato, die primair filosoof is. Dat brengt hem in aanvaring enerzijds met zijn vakgenoten, voor wie hij te filosofisch is, en anderzijds met de filosofen, die Plato vanwege zijn schijnbaar achterhaalde dualisme eerder als vijand dan als vriend beschouwen. Gefascineerd door de veritas duplex van Buve (Plato in het Vaticaan, 2012) probeert Tak een brug te vinden voor de structurele (en angstaanjagende) problemen van onze democratie, en de bezwaren van een kijk op democratie als onbegrensde vrijheid, die voor Plato aanleiding waren om de democratie als ideale regeringsvorm te verwerpen en voor een oligarchie te kiezen.

    Terug naar Plato
    Plato’s grootste bezwaar tegen de democratie van zijn tijd was namelijk dat men geen oog meer had voor de morele kant van de democratie, dus dat democratische (keuze)vrijheid alleen mogelijk is, als iedereen daarvoor op individueel en collectief niveau ook zijn verantwoordelijkheid neemt. Zonder een breed verspreid verantwoordelijkheidsbesef is democratische vrijheid niet mogelijk en ook niet houdbaar. Tak ziet die verantwoordelijkheid op de eerste plaats als een individuele, omdat voor hem de autonome mens zelf zowel drager als bron is van én democratie én recht. Voor hem is de basis van de democratie dus de mens zelf, met zijn eigen individuele verantwoordelijkheid. Hij probeert die juridisch te implementeren.

    Begripsverwarring rond Vrijheid
    Dat sluit aan bij Plato’s politieke denken, maar minder bij diens filosofie, waarin Plato juist die verantwoordelijkheid-voor-de-vrijheid als een andere werkelijkheid ziet, die logisch gezien niet herleidbaar is tot wat tegelijk keuzevrijheid moet zijn. Als de vrijheid (in de juridische en filosofische discussie) primair keuzevrijheid is, dan kan zij niet tegelijk primair vrijheid als verantwoordelijkheid zijn, want keuzevrijheid eist dan, wat verantwoordelijkheid verbiedt. Het niet meer kunnen zien van deze logische blokkade en haar feitelijke gevolgen voor de politieke en juridische praktijk, hangt samen met de filosofische en wetenschappelijke aversie van het idee dat het wezen van iets werkelijkheidswaarde zou kunnen hebben. En dat is zelf weer een gevolg van het totale onbegrip van wat Plato ons met zijn ideeënleer heeft willen duidelijk maken.
    Dat is het dualisme waar juristen vreemd tegen aan kijken, omdat zij denken al genoeg aan één werkelijkheid te hebben: de legale (of de illegale). Zij worden daarin bevestigd door de grote filosofische eensgezindheid, die het dualisme van Plato als schadelijk voor de democratie en als een recept voor dictatuur beschouwt. Misschien moet daarom eerst de filosofie veranderen, voordat de rechtswetenschap kan regenereren. In elk geval zal dat gelijk op moeten gaan.

    Legaliteit vs Legitimiteit
    Ook voor Tak als jurist is dit niet eenvoudig, omdat dit het bestaan van een autonome filosofie als wetenschap veronderstelt, die op dit ogenblik nog geen enkele academische erkenning geniet. Tak blijft jurist en gaat toch tegen de ook voor hem ondoorzichtige filosofische achtergrond de discussie aan op het scherp van de snede. Wat legaal (wetmatig; wetsconform) is, hoeft daarom nog niet legitiem (rechtens; rechtvaardig) te zijn en wat legitiem is, kan heel goed illegaal zijn. Dat vraagt van de jurist een manier van denken voor mogelijk te houden, die botst met de positivistische grondtoon in de vorming van de huidige rechtswetenschapper. Voor die wetenschapper is ‘recht’ enkel iets dat door de ‘macht’ gegarandeerd wordt. En hetzelfde geldt voor ‘democratie’. Maar het wezen van ‘het recht’ (en daardoor indirect van ‘democratie’) is volgens Plato iets dat door geen enkele macht verleend of gegund kan worden, omdat het autonoom is. In de woorden van Rudolf von Laun: een wolf heeft niet het recht een schaap te verscheuren. Het is een suggestieve formulering, die de logische onverenigbarheid uitdrukt van het filosofische ‘wezen van het recht’ en het juridische ‘recht als macht’.

    Recht en Geweten
    Dat wezen van het recht als een soort anti-macht vormt de morele basis voor elke democratische rechtsopvatting. Het stelt de vraag naar de rechtvaardigheid van het recht. Het maakt een afweging noodzakelijk, die een soort democratisch gevormd individueel geweten vooronderstelt en daarom nooit aan een computer kan worden uitbesteed.
    Dat individuele geweten kan volgens Tak niets opleggen, maar het moet wel – ook voor de jurist – een zodanige objectief-normatieve waarde hebben, dat die als verplichtend element moet worden meegewogen in elk gerechtelijk oordeel. In een vlammend betoog heeft hij de huidige rechters daarom in het juridisch studentenblad Ars Aequi in september vorig jaar als hun oud-hoogleraar gesommeerd hun toga’s aan de kapstok te hangen. Dat individuele geweten of rechtsgevoelen vraagt om een nieuw soort rechtsorde “voor een globaliserende samenleving”, aldus de ondertitel van het Manifest.

    Knel tussen Kapitalisme en Islamisme
    Die samenleving dreigt nu te worden overgeleverd enerzijds aan de macht van het amorele kapitaal en zijn beheerders en anderzijds aan de exclusieve moraliteit van de Islam. De winstmaximalisering als enig objectief ligt aan de basis van de verharding in de hele maatschappij met grote gevolgen voor democratie en rechtvaardigheid. Die focus op winstmaximalisering is even ongevoelig voor de op wezensinzicht berustende redelijkheid, als de Islam dat is met zijn afkeer van individuele autonomie en structurele ongevoeligheid voor diversiteit.
    Tak wil voor de kernbegrippen ‘democratie’ en ‘recht’ de sleutel aanreiken. We zullen dan weliswaar nog veel moeten blijven vrezen – hard nodig voor onze alertheid – , maar zij zal onze angst aanzienlijk kunnen beperken, omdat we dan het fundament hebben gevonden om onszelf en anderen te kunnen vertrouwen. Want als we ons zelf niet meer vertrouwen door onze onzekerheid, zullen we ook anderen geen vertrouwen kunnen geven. En dat is toch de basis van zowel democratie als recht.

    Literatuur
    A.Q.C. Tak, Democratisch Manifest voor een Globaliserende Samenleving is op 2 december 2016 verschenen bij Wolters Kluwer, Deventer. Het nieuwste handboek van Professor Tak over ‘Democratie in relatie tot Recht en Politiek’ wordt tijdens het Juridisch Symposium te Kampen op 10 februari 2017 ten doop gehouden. Tak liet zich daarbij inspireren door de Nederlandse filosoof J.D.J. Buve die in 2012 Plato in het Vaticaan publiceerde, met als ondertitel: “Pleidooi voor gezond verstand in wetenschap, kerk en democratie”.

    Praktische Informatie
    Plaats:   Botermarktzaal van de Broederkerk, Broederstraat 16, Kampen
    Tijd:      vrijdag 10 februari 2017 NOTA BENE: aanvangstijd gewijzigd naar 13.45 uur (zaal open om 13.15 uur); einde ca. 17.30 uur
    Entree:  €45 p.p. / voltijdsstudenten €22,50 (incl. koffie/thee)
    PE-punten voor advocaten mogelijk
    Opgave via webwinkel op www.geertgrote-univ.nl of via info@geertgrote-univ.nl is noodzakelijk.

  • Kerstmis 2016

    jezuskind509x331
    Wie reali­seert zich nog dat de mens­wording van God histo­risch gezien mede aan het begin stond van de Wes­terse demo­cratie en haar bevrij­dende techniek?

     
    Een Zalig Kerstmis wenst de Geert Grote Universiteit daarom ook al diegenen die onze onbeperkte technische mogelijkheden beschouwen als voldoende reden om God definitief overbodig te verklaren.

    Democratische saamhorigheid heeft een dieper fundament dan vrolijke dagen. Zonder de menswording van God, Schepper van hemel en aarde in het joods-christelijke universum, was de bliksemafleider nooit bedacht en uitgevonden. Dat was de christelijke winst op de oude Grieken, aan wie wij ook als christenen de principes van onze democratie danken.

    Denk daarom met Kerstmis eens aan onze Grieks-christelijke wortels en wees daar ‘prettig en vrolijk’ door.

  • Dr. Rump breekt lans voor psychologie als geesteswetenschap

    Directeur Harry Rump van het Jungiaans Instituut houdt op zaterdag 17 december een voordracht over ‘De Toekomst van de Psychologie’ te Kampen, op uitnodiging van de Geert Grote Universiteit (GGU).

    Als geen andere wetenschap is Psychologie de afgelopen jaren geplaagd door schandalen die gemakshalve worden gevangen onder het kopje ‘wetenschapsfraude’. Volgens Rump is dit echter maar het topje van de ijsberg. Hij is geïnteresseerd in de dieper liggende oorzaak waardoor nu duizenden wetenschappelijke onderzoeken over worden gedaan en waardoor het imago van menig ‘peer reviewed’ A-tijdschrift een deuk heeft opgelopen.

    Pionier Harry Rump zal zijn visie ontvouwen over de ontwikkeling van zijn vakgebied in de Europese context. Volgens hem is het hoog tijd een wetenschappelijk verantwoord tegenwicht te bieden aan de eenzijdig op gedrag gerichte universitaire psychologie en het waarheidsmonopolie van het uit de Angelsaksische wereld overgewaaide zgn. behaviorism te breken. In Rumps streven Psychologie weer als Geesteswetenschap op te vatten, wil de GGU graag zijn bondgenoot zijn.

    Dr H.A.J. (Harry) Rump MEd (Deventer, 1946) was in 1990 met Madeleine Witteveen mede-oprichter, en sindsdien directeur, van het Jungiaans Instituut, Academie voor Dieptepsychologie te Nijmegen (www.jungiaansinstituut.nl) dat voor de psychologie-traditie van Jung en Freud in de 21e eeuw een nieuwe standaard zet.

    Plaats: ‘De Levensbron’, Vloeddijk 62, Kampen
    Tijd: zaterdag 17 december 2016 van 15.00 uur tot 17.30 uur (zaal open om 14.30 uur)
    Toegang: €10 (voltijds studenten € 5).
    Reserveer vooraf via de GGU-webwinkel op www.geertgrote-univ.nl


    Voor nadere informatie: Sybrand Buve, Universiteitssecretariaat, tel. 0570 600 134 of via info@geertgrote-univ.nl.

  • Impressie van het 5e Slavisch Symposium

    5e SLAVISCH SYMPOSIUM, Kampen, 26 november 2016

    Geen Cubaanse, maar Russische temperaturen heersten in de oude drank- en sigarenstad Kampen op zaterdag 26 november 2016. De GGU-traditie om op het eerste weekeinde dat de vorst ons aan onze nationale rivier, de IJssel, dwingt om ruiten te krabben, een Slavisch Symposium te organiseren, is op deze dag in ere hersteld. Een kille en in mist gehulde Hanzestad bracht de bezoekers uit binnen- en buitenland meteen in de juiste stemming.

    In 2010, 2011, 2012 en 2013 werden de eerste vier Slavische Symposia door het Gerson Instituut in Deventer georganiseerd, en in 2016 dus voor het eerst in Kampen, de nieuwe vestigingsplaats van de GGU.

    Zoals ook toen bestonden de deelnemers zowel uit wetenschappers, zoals slavisten en (kunst)historici van verschillende instituten en vakgroepen (waaronder een onderzoeker berestologie van de Universiteit Leiden), als uit mensen van de praktijk, zoals leraren, Russische tolken en eigenaren van vertaalbureaus. Deze laatsten konden hiermee PE-punten verwerven, al was dat naar eigen zeggen niet de doorslaggevende reden om mee te doen. De meeste mensen werden gedreven door inhoudelijke belangstelling voor het onderwerp en het in levenden lijve ontmoeten van vakgenoten – en ze kwamen niet bedrogen uit.

    RUSSISCHE VORSTEN EN DEMOCRATIE

    Thema van het Slavisch Symposium was ditmaal: ‘Onderbelichte Vorstelijke Relaties tussen Oost en West’. De drie sprekers waren Russisch (Lika Smirnova), Belgisch (Emmanuel Waegemans) en Nederlands (Marie-Thérèse ter Haar, vlak voor haar lezing ingevlogen uit Moskou). Dagvoorzitter was Sybrand Buve. De voertaal was Nederlands.

    Rode draad van het hele symposium bleek naast vorsten en (vooral) vorstinnen ook ‘democratie’ te zijn, of liever gezegd: de grote moeite die de meeste opgevoerde figuren hadden met Westerse concepten als democratie, constitutie en rechtsstatelijkheid.

    In een uitermate levendig en bij tijd en wijle zelfs hilarisch betoog deed Prof. Dr Emmanuel Waegemans (KU Leuven) zijn recente onderzoek naar Peter de Grote en de Nederlandse Republiek uit de doeken, en dan met name zijn Tweede Reis uit 1716-1717, die nu drie eeuwen geleden in Deventer begon.

    Over de eerste reis, het Grote Gezantschap van 1697-98, is al erg veel gepubliceerd – waarbij de een de ander overschrijft – maar de tweede reis was nog behoorlijk onontgonnen terrein. Bronmateriaal moest worden opgeduikeld in Russische, Nederlandse, Belgische en Franse archieven. “In tegenstelling tot wat men zou denken, blijken voor de bezoeken van Peter de Grote relevante nummers van een Oprechte Haerlemse Courant of Amsterdamsche Courant eerder in Russische dan in Nederlandse archieven vindbaar te zijn”, aldus Waegemans.

    Peter de Grote was een nieuwsgierig en leergierig man, en de invloed die Nederland op hem, en daarmee op de opbouw van het Russische Rijk had, kan volgens Waegemans moeilijk worden overschat, maar dan wel alleen op praktisch gebied. “Zaken als opera, kunst, maar ook politieke theorie en filosofie interesseerden de Russische vorst in het geheel niet”, aldus Waegemans: “Ook had Tsaar Peter geen enkele belangstelling voor de wortels van het staatsbestel van de Nederlandse Republiek, waarvoor ‘constitutioneel’ of ‘democratisch’ wellicht te grote woorden zijn, maar die men toch wel ‘proto-democratisch’ zou kunnen noemen.”

    TER HAAR EN WAEGEMANS OVER DE NEDERLANDSE WORTELS

    Er ontspon zich naderhand een interessante discussie tussen Marie-Thérèse ter Haar en de door haar bewonderde Belgische geleerde Waegemans, wiens boeken zij allemaal gelezen bleek te hebben en die zij tot haar niet geringe vreugde bij de GGU in het echt ontmoette.
    “Hoe is het toch mogelijk”, vroeg mevrouw Ter Haar zich af, “dat iemand als Peter die zo gulzig alle wetenschappelijke, technische en bedrijfskundige kennis in Nederland opslobberde, en die alles van de Nederlanders nadeed, tot en met het overnemen van woorden en van de vlag, dat die zich helemaal niet interesseerde voor de wortels ervan?”
    Waegemans: “Politieke structuur van instellingen en staatstheorieën boeiden hem niet. Peter had geen interesse in de diepe wortels, maar alleen in de makkelijk plukbare vruchten van de Hollandse boom.”

    Professor Waegemans bracht naar voren dat Peter weliswaar weinig theoretische belangstelling had, maar dat “zijn voornaamste gespreksgenoten, toch sleutelfiguren in de Nederlandse politiek, zoals Heinsius, de langjarige Raadpensionaris van Holland, en Nicolaes Witsen, de 13-voudig burgemeester van Amsterdam en VOC-bewindvoerder, maar ook andere leden van de Staten-Generaal, geen enkele moeite deden om belangstelling bij Peter op dit vlak op te wekken om de eenvoudige reden dat ze er zelf ook niet in geïnteresseerd waren.”

    Onder de Nederlandse politici was dus niemand te vinden om de grondbeginselen van het staatsbestel aan Peter uit te leggen. Nieuwe technieken, gunstige handelsroutes en voordelige handelsovereenkomsten, dáár ging het om, en daar vonden de Hollandse Heren en Tsaar Peter elkaar.

    Ook een door Peter in het geheim gevolgde zitting van de Staten-Generaal vond hij niet om uit te houden Zijn vriend Witsen had hem met een pruik over zijn oren getrokken de Trêveszaal binnengesmokkeld, maar hij wist niet hoe snel hij weer buiten moest geraken.
    Hij noemde een parlement een “kletskamer” (говорильня, govoril’nja) en vond een Statenvergadering geen goed idee om mee naar huis te nemen.

    “Het blijft natuurlijk speculatief, maar misschien was het wel anders gegaan met Rusland, als Peter op politiek theoretisch vlak wat meer bij de hand was genomen door zijn gastheren”, besloot Emmanuel Waegemans, voor wie het raadselachtig blijft waarom deze toppolitici en topbestuurders van destijds een van de meest machtige en moderne landen ter wereld geen blijk gaven van enige reflectie op het eigen staatsbestel, laat staan dat ze in staat waren een hierdoor gevoede politieke visie uit te dragen richting de tsaar.

    AMSTERDAMSCHE MERCURIUS
    Tekenend voor de ongevoeligheid voor historische en politieke reflectie van bestuurders en hun visieloosheid is dat de Amsterdamsche Mercurius van Jan van Gijsen een verschijningsverbod kreeg opgelegd wegens als smaad en laster bestempelde publicaties over de Russische Tsaar en zijn gevolg. Gelukkig heeft de Amsterdamsche Mercurius een waardig opvolger in De Nieuwe Merkuur, het lijfblad van de Geert Grote Universiteit waarin historische, politieke en economische reflectie voorop staan.

    Ondanks zijn niet zo culturele inborst, was Peter wel de grondlegger van St. Petersburg en van de Hermitage waarvoor hij zijn ambassadeur vorst Boris Koerakin en agenten als Kologrivov in 1717 boeken, bustes, beeldhouwwerken en schilderijen van Hollandse meesters liet aankopen.

    Een andere spilfiguur was Johannes van den Burg, die door Peter belast was met het toezicht op de 150 Russische studenten die in Nederland verbleven (studeren ging niet zomaar; er waren in Rusland nog geen universiteiten – Krakau was lang de meest oostelijke – er was toestemming nodig van de tsaar om het land te verlaten).

    Toch eindigt Peters Tweede Reis wat in mineur. Ook al organiseert zijn vriend, de kaviaar- en wapenhandelaar Christoffel van Brants ten afscheid een Vredesfeestje van 14.000 gulden (nu miljoenen euro’s) – “het grootste feest ooit door een koopman gegeven” – en ook al compenseren de Staten eigenaren van alle door Peter en zijn gevolg uitgewoonde grachtenpanden, toch valt de Hollandse zuinigheid en gebrek aan durf Peter tegen. Ook dat Nederland weigerde Peters keizerstitel te erkennen, stak hem bijzonder, alsmede het feit dat de Staten-Generaal hun bondgenootschap met de door Peter verslagen Zweden niet wilden beëindigen. Peter trok in 1717 teleurgesteld door naar Frankrijk, waarmee hij een meer duurzame alliantie zou aanknopen.

    CATHARINA DE GROTE ALS CULTUURKEIZERIN
    De Russische kunsthistorica Lika Smirnova behandelde Tsarina Catharina II, de van oorsprong Duitse prinses die later de bijnaam ‘de Grote’ zou verwerven. Zoals haar voorgangster Elisabeth de barokkeizerin was, zo was Catharina de keizerin van het classicisme. Ze was een echte bouwkeizerin, die als geen andere heerser haar stempel heeft gedrukt op de Russische Rijk, voortbouwend op het werk van Peter de Grote, maar meer gericht op de culturele infrastructuur.

    Haar kolossale uitgaven zag ze als een investering in de toekomst – en die heeft haar achteraf gelijk gegeven, want veel van door haar gebouwde paleizen hebben oorlog en revolutie doorstaan. Als bouwkeizerin hield ze persoonlijk toezicht op de vele projecten.
    Ook bevorderde ze in haar Hoftheater toneelkunst, opera en ballet en gaf ze kamerconcerten, ook al was ze zelf niet bijzonder muzikaal aangelegd en moesten haar hofdames aangeven wanneer een keizerlijk applaus gewenst was. Kunst werd een vorm van propaganda.

    Ze adopteerde complete privé-bibliotheken van verschillende grote Franse Verlichtingsfilosofen als d’Alembert, Voltaire en Diderot.

    Daarnaast was Catharina ook een taalkeizerin. Onder haar bewind kwam het eerste Russische woordenboek tot stand (1789-1792). Ook was ze feministe avant la lettre.
    Zo liet ze in haar Handvest vastleggen dat vrouwen voortaan zelf moesten instemmen met een huwelijk. Het Smolny-instituut werd door haar als internaat opgericht om een nieuwe elite van adellijke meisjes te vormen.

    Catharina stelde in 1783 als eerste een vrouw aan het hoofd van de Keizerlijke Russische Academie van Wetenschappen en Schone Kunsten: vorstin Jekaterina Dasjkova (1743-1810). Op de benoeming van een vrouwelijke president heeft de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) tot 2015 moeten wachten (de benoeming van José van Dijck, red.), merkte Smirnova fijntjes op. De (nog altijd bestaande) Russische Academie diende de nationale culturele ontwikkeling te bevorderen. Russische geschiedenis, Russische religie en Russische taal waren haar speerpunten.

    Zeker telde haar bewind ook minpuntjes, zoals 800.000 vrije boeren die onder haar lijfeigenen werden.

    ANNA PAULOWNA EN HAAR KUNSTKONING
    Net overgevlogen uit Moskou, waar zij afscheid had moeten nemen van een bevriend musicus, trakteerde Marie-Thérèse ter Haar, directrice van de Rusland en Oost-Europa Academie, de toehoorders op het levensverhaal van Neerlands Russische koningin, grootvorstin Anna Pavlovna (1795-1865). Zij was een kleindochter van Catharina de Grote en dochter van Tsaar Paul (1796-1801). In Nederland is zij beter bekend als Anna Paulowna. Marie-Thérèse ter Haar baseerde zich vooral op een van de meest betrouwbare bronnen waarop een geschiedschrijver zich kan baseren naast dagboeken: brieven, in dit geval de correspondentie met Anna’s lievelingsbroer Tsaar Nicolaas I (1825-1855).

    Opvallend is dat ook bij Koningin Anna geen enkel democratisch besef aanwezig is, en dan zitten we toch halverwege de negentiende eeuw. Het volk moest op gepaste afstand blijven.

    Niemand minder dan Napoleon had al eens naar Anna’s hand gedongen, maar deze ging uiteindelijk in 1816 – twee eeuwen geleden – naar Willem II, de latere koning van een klein, nat en kil landje dat Nederland was. Paleis Het Loo was goed voor de gouverneur van een oblast, maar toch niet voor een grootvorstin? Het bruisende Brussel beviel het paar beter.
    Het verlies van België in de jaren 1830 bedroefde het kroonprinselijk paar zeer.
    Bij de Belgische Opstand biedt broerlief aan een leger te sturen en de Belgen naar Siberië af te voeren. Volgens Nicolaas moet Nederland zeker niet toegeven, maar de opstand neerslaan (de Russen hebben hier ervaring mee, zoals in Polen). En Thorbecke had van Anna mee gemogen: een enkele reis naar Siberië. Thorbecke had volgens haar geluk dat ze zich zo goed kon beheersen, want anders…. had ze hem wat aangedaan.

    De astronomische miljoenenschuld die ‘Kunstkoning’ Willem na zijn vroege dood in 1849 naliet, werd gedelgd door zijn keizerlijke zwager in ruil voor een groot deel van zijn schilderijenverzameling. Zodoende zijn de juwelen van Koningin Máxima te danken aan haar verre voorgangster Anna, maar hangen veel Vlaamse primitieven en Hollandse meesters tot op heden in de Hermitage.

    Ironisch is dat Anna Paulowna naast vloeiend Russisch, Frans en Duits (‘van huis uit’) ook snel Nederlands leerde spreken, en wel beter dan haar man Willem II, die ze ‘mon Guillaume’ noemde en met wie ze vooral in het Frans communiceerde.

    Ten slotte had ze Rusland nooit geheel achter zich gelaten: ze liet overal Russisch-orthodoxe kapellen bouwen en stak man en kinderen het liefst in Russische uniformen, dat nogal wat wenkbrauwen deed fronsen in Den Haag.

    REACTIES EN EVALUATIE
    Uit de ingevulde evaluatieformulieren bleek een positieve waardering, waar het organiserend comité van de GGU zeer tevreden mee mag zijn. Een “inhoudelijk zeer goed gevulde dag” oordeelde slaviste en vertaalster Carmen Vissers van Vissers Taalservice uit Apeldoorn na afloop.

    Het 6e Slavisch Symposium zal worden gehouden te Kampen op zaterdag 25 november 2017, met als thema: ‘Kleine Talen in het Grote Rijk’.

  • 26 november:
    vorstinnen centraal op 5e Slavisch Symposium

    Op zaterdag 26 november 2016 vindt het vijfde door het Gerson Instituut van de Geert Grote Universiteit (GGU) georganiseerde Slavisch Symposium plaats.
    De eerste vier symposia werden in Deventer gehouden. Dit is de eerste editie in Kampen, GGU’s nieuwe vestigingsplaats, onder meer bekend om haar Theologische Universiteit en Ikonenmuseum. Thema dit jaar is ‘Onderbelichte Vorstelijke Relaties tussen Oost en West’.

    De bekende Belgische slavist Prof. Dr Emmanuel Waegemans (Onderzoeksgroep Slavische Studies, KU Leuven) deed onderzoek naar de reizen van Tsaar Peter de Grote (1672-1725) naar de Lage Landen. Zijn Groot Gezantschap van 1697 is vrij bekend. Minder bekend, maar niet minder interessant, is de tweede reis die de tsaar in 1717-1718 maakte naar onze contreien. Hiernaar heeft professor Waegemans de laatste jaren veel onderzoek gedaan, waarover hij zal berichten. De stichter van het Russische Rijk en van St. Petersburg is blijvend beïnvloed door de ideeën die hij in de Lage Landen heeft opgedaan.

    De Russische kunst- en architectuurhistorica Mw Ir Lika Smirnova genoot haar opleiding in St. Petersburg, de stad waar de Duitse prinses Sophia von Anhalt-Zerbst (1729-1796) als Tsarina Catharina II haar laatste rustplaats kreeg. Smirnova zal laten zien hoe Keizerin Catharina de cultuur van het Russische Rijk zo heeft vormgegeven, dat het haar als enige vrouwelijke heerser de bijnaam “de Grote” zou opleveren.

    Mw Drs Marie-Thérèse ter Haar is slaviste en geldt als een groot Ruslandkenner. Zij woont afwisselend in Rusland en Nederland, waar zij te Arnhem in 1992 Empirique stichtte, de onderwijsinstelling die in 2013 als naam kreeg: Rusland & Oost-Europa Academie (www.ruslandacademie.nl). Marie-Thérèse ter Haar zal de rol belichten die de Russische grootvorstin Anna Paulowna (1795-1865) door haar huwelijk met Koning Willem II twee eeuwen geleden (1816) begon te spelen aan het Nederlandse Hof, en waaraan nu een tentoonstelling is gewijd in Paleis Het Loo (www.paleishetloo.nl/koningin-maxima-opent-tentoonstelling-anna-paulowna).

    Dagvoorzitter is Universiteitssecretaris Sybrand Buve die als historicus een algemene inleiding zal houden over de verbindende rol van (vooral vrouwelijke) vorsten tussen Oost- en West-Europa door de eeuwen heen. Hij zal bij een aantal van hen stilstaan. Zo was Bona Sforza de koningin van Polen die de Italiaanse Renaissance meenam naar haar nieuwe vaderland, terwijl een van de meest geliefde koninginnen van Frankrijk, Maria Leszczynska, een Poolse was.

    Plaats: ‘De Levensbron’, Vloeddijk 62, Kampen
    Tijd: Zaterdag 26 november 2016 van 11.00 tot 17.00 uur (zaal open vanaf 10.30 uur)
    Toegang: €35 (voltijds studenten half geld op vertoon van OV-kaart), incl. koffie/thee en lunch. Certificaat ten behoeve van permanente educatie (PE-punten) mogelijk.
    Reserveren verplicht via de website op www.geertgrote-univ.nl of door naam- en adresgegevens te mailen naar het Universiteitssecretariaat: info@geertgrote-univ.nl.

    Kampen is zowel per kogge, per trein (Kamperlijntje én Hanzelijn) als per automobiel (N50) uitstekend bereikbaar. Gratis parkeren kan men bij het nieuwe Stadhuis aan het Burgemeester Berghuisplein, net buiten de stadspoorten. Van daaruit is het nog slechts 10 minuten lopen naar de Vloeddijk.

  • 19 november:
    GGU stelt taboe op astrologie ter discussie.

    Op uitnodiging van de Geert Grote Universiteit houdt astrologe Fokkelien von Meyenfeldt te Kampen op 19 november een lezing, getiteld: ‘Een Toekomst voor de Astrologie als Wetenschap?’

    Waarom is de wetenschap zo rabiaat tegen astrologie? Het is gewoon een bijgeloof, dus waar is die woede voor nodig? Het zijn vragen die Fokkelien von Meyenfeldt zich stelt.

    Astrologie heeft zich van een basisvak voor iedere academicus ontwikkeld tot een marginaal verschijnsel. “Toch zijn er veel hoog opgeleiden die zich ermee bezighouden, al houden ze dit in het algemeen zorgvuldig geheim voor hun collega’s en zelfs hun vrienden”, aldus Von Meyenfeldt.

    Met deze lezing wil de GGU een kritische reflectie op astrologie stimuleren en een bijdrage leveren aan het doorbreken van het taboe op wetenschappelijke bestudering van astrologie. Is er een kans dat astrologie ooit weer serieus wordt genomen? Fokkelien von Meyenfeldt: “In mijn lezing laat ik zien hoe astrologie ‘werkt’, wat de belangrijkste bezwaren zijn en waarom deze in ieder geval deels op een vergissing berusten. Ik besluit met enkele overwegingen naar aanleiding van de vraag onder welke voorwaarden er een toekomst is voor de astrologie als wetenschap.” Na afloop is er ruimte voor discussie.

    Mw drs F. (Fokkelien) von Meyenfeldt (Leiden, 1947) is kenner van het Middelnederlands en de middeleeuwse cultuurgeschiedenis van de Lage Landen. Zij houdt zich al meer dan 50 jaar met de bestudering van (de geschiedenis van de) astrologie bezig. Zij is onder meer bestuurslid van de NVWOA, de Nederlandse Vereniging tot Wetenschappelijk Onderzoek naar de Astrologie (www.nvwoa.nl) en geldt onder vakgenoten als een van de beste astrologen van de Benelux.

    Plaats: Lutherse kerk, Burgwal 85, Kampen
    Tijd: zaterdag 19-11-2016 van 15.00 tot 17.30 uur (zaal open vanaf 14.30 uur)
    Toegang: €10 (voltijds studenten half geld)

    Reserveren via de webwinkel op www.geertgrote-univ.nl is aan te raden, of anders via info@geertgrote-univ.nl.

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial
SOCIALICON
GGU op Facebook
GGU opTwitter
GGU op Youtube