6E SLAVISCH SYMPOSIUM

“SCHARNIERJAAR 1918. 100 JAAR KEIZERSVAL: SOEVEREINE BALTISCHE EN SLAVISCHE STATEN EN HUN TALEN”

GGU, Rolduc, Zaterdag 24 November 2018

Klik hier om rechtstreeks naar het programma te gaan

Een symposium over taal, cultuur, geschiedenis en politiek in Midden- en Oost-Europa, georganiseerd door het Gerson Instituut van de Geert Grote Universiteit (GGU), dit jaar in samenwerking met Boekhandel Leeskunst te Kerkrade en Abdij Rolduc. Dit is de eerste publieksactiviteit van de GGU in Limburg. U bent van harte welkom!

November 1918 was een heftige maand in een heftig jaar: de ‘Grote Oorlog’ eindigde met een Wapenstilstand en overal in Europa dreigde revolutie of brak ze uit. Het was natuurlijk heftig voor de slachtoffers van oorlog en pandemie, maar ook heftig voor mensen die in een republiek wakker werden, terwijl ze in een keizerrijk naar bed waren gegaan. Een eeuw geleden beroerden de gebeurtenissen iedereen in heel Europa, tot in Nederland en Limburg aan toe, en de effecten zijn tot op heden voelbaar. Met specialisten staan we stil bij de betekenis van het jaar 1918 om een beter begrip te krijgen van onze wereld van vandaag.

 

Achtergrond
Dat jaar moesten de drie keizerlijke families van Europa definitief het veld ruimen: de in 1917 afgezette Russisch-orthodoxe tsarenfamilie Romanov werd op 17 juli 1918 op gruwelijke wijze geëxecuteerd; de rooms-katholieke keizerlijke familie van Habsburg-Lotharingen zag af van staatszaken en trok zich op 11 november 1918 terug op haar Oostenrijkse privédomein en de protestantse Duitse keizer annex koning van Pruisen mocht op diezelfde dag – de dag van de Wapenstilstand – met zijn gevolg bij Eijsden de Nederlandse grens passeren voor een vorstelijke ballingschap. Hun rijken raakten gebied kwijt of vielen uiteen. Ook alle andere Duitse vorsten werden ambteloos burger. Tronen trilden tot in de Lage Landen, waar de Luxemburgse troon bleef staan, maar de groothertogin er niet op kon blijven zitten. Overal in Europa dreigden staatsgrepen zoals in het Russische Rijk in 1917.

Van schrik werden in veel Europese landen grondwettelijke hervormingen en algemeen kiesrecht versneld ingevoerd, zoals in Nederland, waar in 1918 alle mannen mochten stemmen en dit ook voor vrouwen mogelijk werd gemaakt, dankzij een initiatiefwetsvoorstel van de vrijzinnig-democratische leider Henri Marchant uit Deventer. De katholieken werden in één klap de grootste fractie in de Tweede Kamer onder leiding van een priester-leraar van Rolduc, Mgr Nolens. Jonkheer Charles Ruijs de Beerenbrouck werd de eerste Limburgse premier van Nederland, die vrijwel meteen het hoofd moest bieden aan een door de Friese socialistenleider Troelstra gepredikte revolutie (de door de Russische gebeurtenissen geïnspireerde ‘Rode Week’, 9-14 november 1918).

Vrijwaring van het alom woedende oorlogsgeweld van 1914-1918 hadden Limburg en de rest van het neutrale Nederland hechter aaneen gesmeed. Democratie, geënt op een nationale stam, was het nieuwe toverwoord in heel Europa. Emancipatie van de burger kon alleen binnen een “natiestaat” geschieden, was de gedachte in het rechter kamp, alle macht aan het proletariaat was het parool in het linker kamp – het ultieme schrikbeeld voor velen.

Zo kon het gebeuren dat in 1918 niet alleen Polen een tweede politieke leven kreeg – daarover was vriend en vijand het wel eens – maar dat uit de as van keizers en koningen een heel nieuw Europa herrees, van Finland en het Balticum tot op de Balkan. Deze landen hadden altijd onder streng bestuur van buitenaf gestaan, en kregen nu dikwijls een autoritair bewind van eigen bodem. Toch kan men zeggen dat de in de 19e eeuw gezaaide kiemcellen voor nationale democratie in 1918 – een eeuw geleden – de kans kregen om tot wasdom te komen.

Het Slavisch Symposium 2018 begint op zaterdag 24 november om 11 uur (ontvangst en registratie deelnemers vanaf 10.30 uur) en wordt om 18.30 uur afgesloten met een borrel. Aansluitend is er nog een culinair en cultureel programma (optioneel). Dagvoorzitter is Drs Esther van Loo, slaviste, docente Russisch en voorzitter van de Sectie Russisch van Levende Talen (www.levendetalen.nl). Discussieleider is Dr Peter van Nunen, directeur MNM-Ruslandcentrum te Maastricht, tolk-vertaler Russisch en oud-docent aan de Vertaalacademie te Maastricht (Hogeschool Zuyd). 

LET OP: het is essentieel voor de organisatie dat u zich tijdig, doch uiterlijk 20 november opgeeft als deelnemer! Dit kan door een keuze te maken via de webwinkel (reserveringen GGU).

 


BEKNOPT PROGRAMMA

• Algemene inleiding
Door Sybrand Buve: Inleiding op de naamgevers van de Geert Grote Universiteit en haar instituten, en op het thema.

• ‘Wat betekende het einde van het tsarendom voor de Russische kunst, cultuur en literatuur in 1918: cesuur of continuïteit?’
Door Prof. Dr W.G. (Willem) Weststeijn, em. Hoogleraar Slavische Literatuur aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), met zeer veel publicaties op zijn naam.

 

• WARME LUNCH en Rondleiding door GGU-lokalen o.l.v. Sybrand Buve (optioneel)

 

• ‘Een kwestie van identiteit. Onafhankelijkheid, cultuurpolitiek en minderheden in de Baltische landen vannaf 1918 en 1991’

Door Drs F. (Frederik) Erens, historicus en bestuurslid Nederlands-Baltische Vereniging

• ‘1918 als cesuur in de Poolse literatuur: de wedergeboorte van Polen als soevereine staat en de veranderende rol van taal en cultuur’

Door Dr A.J. (Arent) van Nieukerken, Universitair docent Poolse Studies (UvA) en Buitenlands Lid van de Polska Akademia Nauk (Poolse Academie van Wetenschappen)

 

• PAUZE (koffie/thee met Limburgse vlaai), gevolgd door muzikaal intermezzo

 

• ‘1918 als startschot van een onafhankelijke Tsjechoslowaakse Republiek: de rol van de nationale taal en cultuur in Europees perspectief’
Door Dr E.R.G. (Eric) Metz, alumnus Universiteit Gent en universitair docent Vertaalstudies Tsjechische literatuur

• ‘Over moedertalen, natiestaten, democratie en soevereiniteit. Reflecties op de ondergang van de keizerrijken in 1918 en lessen voor de Europese Unie nu’

Door Drs S.B.A. (Sybrand) Buve, historicus en universiteitssecretaris. Hij promoveert bij Prof. Dr Paul Cliteur (Universiteit Leiden) op het Keizerschap als Europees idee.

 

• FORUMDISCUSSIE
Onder leiding van Dr Peter van Nunen gaan de sprekers met elkaar in debat en later ook met de zaal, waarbij de vergelijking van de situaties in de verschillende landen centraal staat.

 

BORREL

N.B. Het standaard Symposium-programma eindigt hier.
Wie wil, kan intekenen op een culinair en cultuurhistorisch vervolg tot zondagmiddag.

19.30 uur: Diner met overnachting

 


Zondag 25 november 2018:

Na het Ontbijtbuffet is er de mogelijkheid van een herfstwandeling door het Berenbos en langs de Baalsbruggermolen (voormalige kloosterwatermolen aan grensriviertje de Worm), gevolgd door koffie / thee met vlaai.

Om 12.00 uur begint de cultuurhistorische rondleiding door Abdij Rolduc o.l.v. gids (met ondermeer bezoek aan de Abdijkerk en aan de normaal gesloten Bisschopszaal en Rococobibliotheek)

14.00 uur: Einde cultureel programma GGU

 


 

• Tarieven en PE-certificaat

Er zijn tot 20 november (of tot zolang de voorraad strekt) vijf soorten kaartjes beschikbaar via de GGU-webwinkel (reserveringen GGU), die u HIER vindt.
Aan deelnemers kan achteraf op verzoek een certificaat voor permanente educatie (PE) worden toegekend. Als u vragen hebt, kunt u ook een mailtje sturen naar het GGU-secretariaat: info@geertgrote.nl.

 


BOEKPRESENTATIE MEMOIRES JEROEN BUVE, TEVENS SLOTSYMPOSIUM GGU IN OVERIJSSEL

In aanwezigheid van 72 personen uit alle windstreken vond op vrijdagavond 5 oktober 2018, de geboortedag van GGU-grondlegger Jeroen Buve (1935-2017), de feestelijke presentatie plaats van zijn Mémoires: Een onverantwoord leven. De vernissage vond plaats in het atelier van de Deventer beeldhouwer Károly Szekeres aan de Kleine Overstraat en was tevens het slotakkoord van de Geert Grote Universiteit in Overijssel.

Na ontvangst met koffie en koek (geen koek zo goed als de ‘Deventer Turf’ van Bakker Lentelink!) werd iedereen welkom geheten door Tom Zwitser, directeur van Uitgeverij De Blauwe Tijger uit Groningen en naast gediplomeerd vormgever en uitgever zelf ook afgestudeerd filosoof. Vervolgens vertelde zoon Sybrand Buve in het kort over de totstandkoming van de Mémoires. Hij meldde ook dat twee hoofdrolspelers van het boek, zijn moeder Laetitia en redactrice Fokkelien von Meyenfeldt, om gezondheidsredenen hadden moeten afzeggen. Om dezelfde reden had ook Godfried Kruijtzer, Honorair Fellow van het Rudolf von Laun Instituut, verstek moeten laten gaan.

 

Eerste exemplaren

In de prachtig gerestaureerde Rococo Engelenzaal ontving Prof. Paul Cliteur het eerste exemplaar uit handen van de kleinzoon van de auteur, Christian Buve (7). Cliteur dankte Christian, die zich ontwikkelt tot een oplettend lezertje, en drukte hem op het hart niet alleen zelf te lezen, maar ook zijn leeftijdsgenootjes over te halen computerspelletjes aan de kant te doen en echte boeken te lezen. Prof. Twan Tak ontving zijn exemplaar uit handen van zoon Gulliver Buve. Sybrand Buve overhandigde een exemplaar aan de bekende Belgische wijsgeer Dr Koenraad Elst.

 

Sprekers

De eerste inhoudelijke bijdrage werd gegeven door de jurist Prof. Mr A.Q.C. (Twan) Tak, Hon.FRLI (1942), em. hoogleraar in het Recht, in het bijzonder in het Staatsrecht en het Bestuursprocesrecht aan de Universiteit Maastricht: ‘Democratie en Recht bij Buve’. Met Buve, ‘de grootste filosoof van Nederland’, in de hand trok Tak fel van leer tegen de door hem waargenomen begripsvervuiling en tegen de stuitende onwetendheid bij rechters, politici en beleidsmakers omtrent de betekenis van kernbegrippen als ‘Recht’ en ‘Democratie’. Als de politieke en bestuurlijke elite zich geen wezenlijke vragen meer stelt, dan zal ze nooit toekomen aan het formuleren van echte definities, laat staan dat ze deze ooit zou kunnen toepassen in de praktijk. En dat laatste is juist nu zo nodig om een stuurloos en op drift geraakte rechtsstaat en democratie in stand te houden. Van de in 2017 door minister Plasterk opgetuigde ‘Staatscommissie Bezinning Parlementair Stelsel’, die onder leiding van Commissaris van de Koning Johan Remkes zich bezig zou moeten houden met democratievernieuwing, liet Tak geen spaan heel. De zaal was muisstil tijdens Taks spontane, ietwat omineuze, maar kraakheldere betoog.

 

Voor een lichtere, vooral persoonlijke noot zorgde Prof. Dr P.B. (Paul) Cliteur (1955), hoogleraar Encyclopedie van de Rechtswetenschap, Universiteit Leiden met: ‘Leven en dood van een filosoof’, waarbij de buviaanse anekdotes en citaten over elkaar buitelden en we toch echt even vergaten dat hier een prominent atheïst aan het woord was. Cliteur zorgde voor ontspanning en de hilariteit bij het publiek was af en toe groot. Dat Cliteur een gevatte taalvirtuoos is, was al bekend, maar zo geestig als vandaag had men hem zelden gezien, viel achteraf bij menigeen te horen. Tegen een term als veritas duplex / dubbele waarheid blijft de rechtsfilosoof nog steeds aanhikken. Maar Sybrand Buve wees de aanwezigen erop dat het vooral dankzij de herhaalde oproepen van Paul Cliteur was dat Jeroen Buve zijn herinneringen eindelijk aan het papier toevertrouwde.

Ten slotte liet Dr K. (Koenraad) Elst (1959), een in het buitenland beroemd en berucht, maar in Nederland minder bekend Belgisch filosoof, indoloog, sinoloog en oriëntalist zijn licht schijnen op ‘Politieke Filosofie tussen Oost en West’, waarbij hij liet zien in welke efficiënte wereld je belandt als je helemaal geen last hebt van democratische reflexen, zoals in China.

Geert Grote Sociëteit

De achttiende-eeuwse Engelenzaal waar dit alles plaatsvond, is door Károly Szekeres weer in de glorieuze Rococo-stijl hersteld. Vanuit het aangrenzende atelier heeft GGU-gastheer, beeldhouwer en restaurator Károly Szekeres de afgelopen drie decennia gewerkt. De familie Szekeres heeft de GGU in de tijd dat zij van haar gebouwen aan Stromarkt en Hofstraat in Deventer verstoken was en niet meer de beschikking had over een eigen representatieve ruimte (sinds 2014) een aantal keer genereus gastvrijheid geboden. Het is daarom dat Sybrand Buve als universiteitssecretaris Károly Szekeres en zijn vrouw Roely in de bloemetjes zette.

In zijn dankwoord maakte Sybrand Buve van de gelegenheid gebruikt om ter plekke de Geert Grote Sociëteit op te richten, als opvolger van de helaas door het laatste bestuur gekaapte en van de GGU totaal vervreemde vriendenvereniging ‘Geert Grote Alliantie’. Deze club kan dan ook de banden warm houden tussen Deventenaren en andere hier aanwezigen en de GGU in Rolduc.

 

‘Velen van u hebben verdiensten voor de Geert Grote Universiteit, maar niemand van de hier aanwezigen heeft de afgelopen twaalf jaar in stilte zoveel goeds voor de GGU gedaan als Richard van Remmen’, aldus Sybrand Buve. Of er nu een Belgische professor plotseling onderdak moest worden gebracht, een spreker van spiritualia moest worden voorzien of budget moest worden gevonden voor de aankoop van een zeldzaam boekwerk – op geboren Deventenaar Richard van Remmen is door de GGU nooit vergeefs een beroep gedaan. Daarom is besloten hem te benoemen tot Honorair Fellow van de Geert Grote Sociëteit. Een zichtbaar verraste en geroerde Richard en Marjolijn van Remmen namen de eerbewijzen en bloemen in ontvangst.

Samen met Zus Luyckx (als astrologe de Belgische evenknie van Fokkelien von Meyenfeldt) en alle aanwezigen is ten slotte door Buve een heildronk uitgebracht op het boek en zijn uitgever, op de GGU en op de toekomstige Europese samenwerking en vriendschap in Rolduc.

 

Deze soirée eindigde rond middernacht, waarbij menigeen het gevoel had dat Jeroen Buve erbij aanwezig was. Het minisymposium vormde een waardig einde van de GGU in Overijssel. Inmiddels zijn alle boeken uit de depots in Kampen verhuisd naar Limburg, benevens bijna alle nog in Deventer opgeslagen boekenplanken en kasten. Op 24 november 2018 houdt de GGU haar eerste activiteit in Abdij Rolduc te ‘s-Hertogenrode, haar nieuwe vestigingsplaats in het hart van Europa.

 

Hierboven: Professoren Twan Tak en Paul Cliteur waren gaarne bereid om de memoires van Jeroen Buve aan te bevelen.

Meer informatie over het boek vindt u bij Uitgeverij De Blauwe Tijger: www.deblauwetijger.com

 


Fotoverslag: Ronald Damen
Filmpjes: Olivier Rensing


 

Symposium memoires Buve volgeboekt

Vanaf 1 oktober (18 uur) is het niet meer mogelijk op de deelnemerslijst te komen van het symposium in Atelier Szekeres met de professoren Tak en Cliteur ter gelegenheid van de boekpresentatie van Een onverantwoord leven, herinneringen van Jeroen Buve, op diens geboortedag, vrijdag 5 oktober 2018. Het slotakkoord van de Geert Grote Universiteit in Deventer wordt à quatre pattes gespeeld met de uitgever van de Mémoires, De Blauwe Tijger uit Groningen.

De Engelenzaal van Atelier Szekeres is door de bekende beeldhouwer annex restaurator Károly Szekeres in glorieuze Rococo-stijl hersteld, maar is ook kwetsbaar. Meer informatie over deze kunstenaar en zijn werk vindt u op: www.szekeres.nl .

De organisatie is aangenaam verrast door de grote belangstelling, waardoor alle plaatsbewijzen in één weekend zijn vergeven. Wel is het nog mogelijk zich op de reservelijst te laten plaatsen, die wordt aangesproken als zich in de komende dagen mensen af zouden melden. Men kan hiertoe een verzoek met naam en contactgegevens sturen naar info[at]geertgrote.nl.

Het boek van Buve is vanaf 6 oktober verkrijgbaar via uw boekhandel of direct via de uitgeverij:

Jeroen Buve ~ Een onverantwoord leven – autobiografie

De eerstvolgende publieksactiviteit van de GGU vindt plaats in Rolduc: het zesde Slavisch Symposium op 23/24 november 2018. Binnenkort vindt u meer programma-informatie hier en in de Nieuwsbrief.

Oudejaarsactie: RED DE BIBLIOTHEEK!

De GGU verkeert in een tussentijd. Vanaf maart 2018 is er geen plek meer voor de bibliotheek in Kampen. Dit betekent dat we de boeken een periode moeten verhuizen en opslaan. In dit kader doen wij een beroep op iedereen die een financiële bijdrage wil leveren aan het behoud de ‘Bibliotheca Launiana’.

Hiervoor is op 18 december een Bibliotheekfonds ingesteld op initiatief van mevrouw Nan Pluymackers uit Kranenburg en de heer Manfred Markhorst uit Beuningen. We streven naar een bedrag van 20.000 euro voor de verhuizing van de 50.000 boeken uit Kampen, hun (tijdelijke) herplaatsing en hun conservering onder goede omstandigheden van luchtvochtigheid etc. Elke voor de redding van deze boeken geoormerkte bijdrage, hoe klein of groot, is welkom!

We kunnen niet meedoen aan het publicitaire geweld van allerlei grote goede doelen die dezer dagen in glazen huizen over elkaar heen buitelen. De aaibaarheidsfactor van ons goede doel is gering en de bestuurders en adviseurs doen hun werk dan ook vrijwillig. Voeg daaraan toe dat al een aantal jaar geleden uit onderzoek door de Koninklijke Bibliotheek is gebleken dat het hier een beschermenswaardige collectie betreft, en u zult ervan overtuigd zijn dat u iets moet doen ter behoud van dit roerende culturele erfgoed.

De GGU is sinds 2008 door de Belastingdienst erkend als ANBI (Algemeen Nut Beogende Instelling). Dit betekent dat als u uiterlijk op 31 december 2017 iets schenkt aan de GGU, dit fiscaal aftrekbaar is in 2018. Uw voor de boeken geoormerkte bijdrage kunt u storten op IBAN NL85 RABO 0124 1630 84 t.n.v. Stichting Geert Grote Universiteit te Deventer o.v.v. ‘Bibliotheekfonds’.

Mocht iemand in Gelderland, Brabant of Limburg een tijdelijke droge en veilige opslagplaats – tegen lage kosten – weten, dan horen wij het heel graag… Het mag ook een kerststal zijn, als die maar droog is en een gewicht van 25 ton kan dragen.
U kunt mailen naar info@geertgrote.nl

KERST- EN NIEUWJAARSWENS

Nederland viert uitbundiger Kerstmis dan ooit als we de verkoopcijfers mogen geloven, en men bestookt elkaar met al dan niet digitale kerstkaarten met sneeuwpoppen, kerstmannen, kerstballen, rendieren, roodborstjes, pimpelmeesjes en hulstkransen. Bij navraag in een middelgrote provinciestad blijkt geen winkel in staat een kerstkaart te verkopen met het Kind in de kribbe… en aangezien er verder nooit naar een kaart-met-kerststal wordt gevraagd, lijkt deze ook niet te worden gemist.

Wat in elk geval wel massaal wordt gemist, is de kern van Kerst-mis (of, vooruit, om het even: ‘Christ-mas(s)’: de viering van de (logischerwijze onmogelijke, maar voor een elementair begrip van de Europese cultuur zo essentiële) menswording van God in Jezus Christus, waarvoor men het hoofd in de Latijnse liturgie buigt: “Et incarnatus est…”

Daarom wenst de GGU U en de Uwen in de geest van haar grondlegger een Zalig Kerstmis en een Geestkrachtig 2018!

Wie holle frasen in het algemeen, en met Kerstmis in het bijzonder, wil bestrijden, vindt de GGU meestal aan zijn kant, maar ze laat het op inhoudelijk vlak nu even afweten. Alles ligt stil en er lijkt niets meer te gebeuren, nu haar initiator en aanjager, de filosoof Jeroen Buve, is overleden en bijgezet. Maar schijn bedriegt. Er gebeurt heel veel achter de (computer)schermen. Wel is waar dat de GGU voor de grootste uitdaging in haar bestaan tot dusverre staat. Het geesteskind van J.D.J. Buve voert na diens overlijden een zware overlevingsstrijd. Hierbij vindt de GGU gelukkig steeds meer goede helpers en bondgenoten op haar pad.

Jeroen Buve overleden

 


Onder deze link vindt u een digitale versie van de rouwkaart
en onder deze link de rouwadvertentie wegens het overlijden van

Dr Jeroen Dominicus Josef BUVE
Filosoof
Stichter van het Rudolf von Laun Instituut voor Toegepaste Metafysica
Grondlegger van de Geert Grote Universiteit (GGU)
Echtgenoot van Laetitia Catharina Maria Buve-Roorda van Genum

‘s-Gravenhage, 5 oktober 1935 – Deventer, 30 augustus 2017


 

Persbericht rechtszaak wegens anti-Armeense uitlatingen

Den Haag, 6 december 2016 – In Almelo is vandaag een aanvang gemaakt met de rechtszaak tegen de heer Ilham Askin, voorzitter van Turks-Azerbeidzjaanse Culturele Vereniging in Den Haag. Het betrof een regiezitting, waarbij de Officier van Justitie de telastelegging voorlas tegen de heer Askin en waarin afspraken werden gemaakt over de verdere procedure. De zitting, waarin de inhoudelijke behandeling van de zaak zal plaatsvinden, is vastgesteld op 3 maart 2017.

Lees hier het hele persbericht
 

Ontmoeting Armeense organisaties en GGU

Kort verslag van de ontmoeting tussen vertegenwoordigers van Armeense organisaties en GGU te Kampen op 6 december 2016 (14-16.30 uur)

Aanwezig: de heer Ir M. Hakhverdian (Voorzitter FAON), mevrouw Mr I. Drost (FAON-bestuurslid en Secretaris Abovian) en de heren Dr J.D.J. Buve (Voorzitter GGU) en Drs S.B.A. Buve (Secr. GGU)

Er was een goede klik tussen de GGU-bestuursleden en de vertegenwoordigers van de koepel van Armeense organisaties: de in Perzië geboren en in Moskou opgeleide Armeense ingenieur M. (Mato) Hakhverdian, die zeven talen spreekt, waaronder een vloeiend en gedragen Nederlands, is al zeer lang voorzitter van de Federatie Armeense Organisaties Nederland (FAON) te Den Haag, en daarmee een boegbeeld van de Armeense Nederlanders. Mevrouw I. (Inge) Drost, juriste en oud-ambtenaar van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, is ook FAON-bestuurslid en tevens secretaris van de Armeense Culturele Vereniging Abovian te Den Haag.

In een broodjeshuis tegenover het ijskoude universiteitsgebouw vond de eerste kennismaking tussen beide organisaties plaats, in de schaduw van de Boven- of Nicolaaskerk op de naamdag van de middeleeuwse stadspatroon van Kampen.

De heer Hakhverdian en mevrouw Drost kwamen net terug van een regiezitting bij de rechtbank in Almelo, waar ze, goed beschermd door de parketpolitie, door een achteruitgang naar binnen waren geloodst, omdat bij de hoofdingang een paar busladingen Turkse jongemannen stond te protesteren. De zitting hield verband met doodsbedreigingen door Turken aan het adres van de Armeense gemeenschap naar aanleiding van het in 2014 onthulde genocidemonument bij de Armeens-Apostolische Kerk te Almelo (Armenian Genocide Memorial Almelo / AGMA), waartegen door duizenden Turken werd gedemonstreerd. Op de vraag waarom zij maar met z’n tweeën naar de rechtbank waren gekomen, en de Turken met zovelen, antwoordden de FAON-bestuurders dat Diyanet (het directoraat Godsdienstzaken van het Turkse Ministerie van Algemene Zaken, dat de meeste Turkse imams in Nederland en andere Europese landen benoemt, red.) met een vingerknip duizenden jonge Turken uit alle windstreken kan mobiliseren, die kennelijk niets anders te doen hebben, terwijl de Armeniërs van die leeftijd gewoon op school zitten op dinsdagochtend, of aan het werk zijn. Het hele integratieprobleem even in een notendop.

Wij hebben de structuur van de GGU uitgelegd en met name dat de GGU in Kampen een coöperatie zal worden, waarin zelfstandige Instituten op gelijke voet met de GGU als één van de coöperatieve partijen samenwerken. Het ging om een eerste kennismaking, waarin beide partijen een indruk van elkaar konden krijgen. Van GGU-zijde viel op dat de Armeniërs onder de indruk waren van de kwaliteit van wat de GGU zoal publiceert. Uit het gesprek kwam naar voren, dat de Armeniërs in Den Haag een centrum hebben, waar zij praktische taallessen geven, waar mensen uit het hele land, maar vooral uit West-Nederland, naar toe komen en waar ook een bibliotheek aanwezig is. Het zwaartepunt van de Armeense gemeenschap ligt naast Amsterdam vooral in Overijssel. Daarom is Kampen niet zo’n gekke plek voor een Armeens Instituut voor Taal en Cultuur.

Het opheffen van de leerstoel in Leiden wordt zeer betreurd. Een poging om daar vanuit de Armeense gemeenschap iets aan te doen, werd door de structurele financieringswijze van de Universiteit te duur. Daarom lijkt het mogelijk dit in Kampen met een veel bescheidener overhead wél mogelijk te maken. De GGU heeft duidelijk gemaakt dat ze vooralsnog alleen het huisvestingskader kan leveren en een aantal voorstellen in petto heeft van geleerden, die bereid zouden kunnen zijn bij de wetenschappelijke inrichting van het Instituut mee te werken zonder al te grote vergoedingen. Al die geleerden zijn lid van de Association Internationale des Etudes Arméniennes (AIEA).

Na het gesprek is aan de FAON-vertegenwoordigers een rondleiding door het gebouw aan de Oudestraat 6 gegeven. Zij waren zeer onder de indruk van de kwaliteit en de zeer goede inwendige toestand van het pand, waarin de GGU zo maar zou kunnen beginnen. De GGU kon ook de ruimtes laten zien, die zij zelf in gedachte had om voor de Armeniërs te reserveren.

Ter documentatie ontving de GGU twee exemplaren van het boek Armeniërs in Nederland. Een verkennend onderzoek, uitgegeven door de FAON (Den Haag, 2008). De GGU heeft het eerste nummer van De Nieuwe Merkuur (met daarin het artikel “Armenië in Almelo”) overhandigd, alsmede een exemplaar van het GGU-Ondernemingsplan.

Impressie van het 5e Slavisch Symposium

5e SLAVISCH SYMPOSIUM, Kampen, 26 november 2016

Geen Cubaanse, maar Russische temperaturen heersten in de oude drank- en sigarenstad Kampen op zaterdag 26 november 2016. De GGU-traditie om op het eerste weekeinde dat de vorst ons aan onze nationale rivier, de IJssel, dwingt om ruiten te krabben, een Slavisch Symposium te organiseren, is op deze dag in ere hersteld. Een kille en in mist gehulde Hanzestad bracht de bezoekers uit binnen- en buitenland meteen in de juiste stemming.

In 2010, 2011, 2012 en 2013 werden de eerste vier Slavische Symposia door het Gerson Instituut in Deventer georganiseerd, en in 2016 dus voor het eerst in Kampen, de nieuwe vestigingsplaats van de GGU.

Zoals ook toen bestonden de deelnemers zowel uit wetenschappers, zoals slavisten en (kunst)historici van verschillende instituten en vakgroepen (waaronder een onderzoeker berestologie van de Universiteit Leiden), als uit mensen van de praktijk, zoals leraren, Russische tolken en eigenaren van vertaalbureaus. Deze laatsten konden hiermee PE-punten verwerven, al was dat naar eigen zeggen niet de doorslaggevende reden om mee te doen. De meeste mensen werden gedreven door inhoudelijke belangstelling voor het onderwerp en het in levenden lijve ontmoeten van vakgenoten – en ze kwamen niet bedrogen uit.

RUSSISCHE VORSTEN EN DEMOCRATIE

Thema van het Slavisch Symposium was ditmaal: ‘Onderbelichte Vorstelijke Relaties tussen Oost en West’. De drie sprekers waren Russisch (Lika Smirnova), Belgisch (Emmanuel Waegemans) en Nederlands (Marie-Thérèse ter Haar, vlak voor haar lezing ingevlogen uit Moskou). Dagvoorzitter was Sybrand Buve. De voertaal was Nederlands.

Rode draad van het hele symposium bleek naast vorsten en (vooral) vorstinnen ook ‘democratie’ te zijn, of liever gezegd: de grote moeite die de meeste opgevoerde figuren hadden met Westerse concepten als democratie, constitutie en rechtsstatelijkheid.

In een uitermate levendig en bij tijd en wijle zelfs hilarisch betoog deed Prof. Dr Emmanuel Waegemans (KU Leuven) zijn recente onderzoek naar Peter de Grote en de Nederlandse Republiek uit de doeken, en dan met name zijn Tweede Reis uit 1716-1717, die nu drie eeuwen geleden in Deventer begon.

Over de eerste reis, het Grote Gezantschap van 1697-98, is al erg veel gepubliceerd – waarbij de een de ander overschrijft – maar de tweede reis was nog behoorlijk onontgonnen terrein. Bronmateriaal moest worden opgeduikeld in Russische, Nederlandse, Belgische en Franse archieven. “In tegenstelling tot wat men zou denken, blijken voor de bezoeken van Peter de Grote relevante nummers van een Oprechte Haerlemse Courant of Amsterdamsche Courant eerder in Russische dan in Nederlandse archieven vindbaar te zijn”, aldus Waegemans.

Peter de Grote was een nieuwsgierig en leergierig man, en de invloed die Nederland op hem, en daarmee op de opbouw van het Russische Rijk had, kan volgens Waegemans moeilijk worden overschat, maar dan wel alleen op praktisch gebied. “Zaken als opera, kunst, maar ook politieke theorie en filosofie interesseerden de Russische vorst in het geheel niet”, aldus Waegemans: “Ook had Tsaar Peter geen enkele belangstelling voor de wortels van het staatsbestel van de Nederlandse Republiek, waarvoor ‘constitutioneel’ of ‘democratisch’ wellicht te grote woorden zijn, maar die men toch wel ‘proto-democratisch’ zou kunnen noemen.”

TER HAAR EN WAEGEMANS OVER DE NEDERLANDSE WORTELS

Er ontspon zich naderhand een interessante discussie tussen Marie-Thérèse ter Haar en de door haar bewonderde Belgische geleerde Waegemans, wiens boeken zij allemaal gelezen bleek te hebben en die zij tot haar niet geringe vreugde bij de GGU in het echt ontmoette.
“Hoe is het toch mogelijk”, vroeg mevrouw Ter Haar zich af, “dat iemand als Peter die zo gulzig alle wetenschappelijke, technische en bedrijfskundige kennis in Nederland opslobberde, en die alles van de Nederlanders nadeed, tot en met het overnemen van woorden en van de vlag, dat die zich helemaal niet interesseerde voor de wortels ervan?”
Waegemans: “Politieke structuur van instellingen en staatstheorieën boeiden hem niet. Peter had geen interesse in de diepe wortels, maar alleen in de makkelijk plukbare vruchten van de Hollandse boom.”

Professor Waegemans bracht naar voren dat Peter weliswaar weinig theoretische belangstelling had, maar dat “zijn voornaamste gespreksgenoten, toch sleutelfiguren in de Nederlandse politiek, zoals Heinsius, de langjarige Raadpensionaris van Holland, en Nicolaes Witsen, de 13-voudig burgemeester van Amsterdam en VOC-bewindvoerder, maar ook andere leden van de Staten-Generaal, geen enkele moeite deden om belangstelling bij Peter op dit vlak op te wekken om de eenvoudige reden dat ze er zelf ook niet in geïnteresseerd waren.”

Onder de Nederlandse politici was dus niemand te vinden om de grondbeginselen van het staatsbestel aan Peter uit te leggen. Nieuwe technieken, gunstige handelsroutes en voordelige handelsovereenkomsten, dáár ging het om, en daar vonden de Hollandse Heren en Tsaar Peter elkaar.

Ook een door Peter in het geheim gevolgde zitting van de Staten-Generaal vond hij niet om uit te houden Zijn vriend Witsen had hem met een pruik over zijn oren getrokken de Trêveszaal binnengesmokkeld, maar hij wist niet hoe snel hij weer buiten moest geraken.
Hij noemde een parlement een “kletskamer” (говорильня, govoril’nja) en vond een Statenvergadering geen goed idee om mee naar huis te nemen.

“Het blijft natuurlijk speculatief, maar misschien was het wel anders gegaan met Rusland, als Peter op politiek theoretisch vlak wat meer bij de hand was genomen door zijn gastheren”, besloot Emmanuel Waegemans, voor wie het raadselachtig blijft waarom deze toppolitici en topbestuurders van destijds een van de meest machtige en moderne landen ter wereld geen blijk gaven van enige reflectie op het eigen staatsbestel, laat staan dat ze in staat waren een hierdoor gevoede politieke visie uit te dragen richting de tsaar.

AMSTERDAMSCHE MERCURIUS
Tekenend voor de ongevoeligheid voor historische en politieke reflectie van bestuurders en hun visieloosheid is dat de Amsterdamsche Mercurius van Jan van Gijsen een verschijningsverbod kreeg opgelegd wegens als smaad en laster bestempelde publicaties over de Russische Tsaar en zijn gevolg. Gelukkig heeft de Amsterdamsche Mercurius een waardig opvolger in De Nieuwe Merkuur, het lijfblad van de Geert Grote Universiteit waarin historische, politieke en economische reflectie voorop staan.

Ondanks zijn niet zo culturele inborst, was Peter wel de grondlegger van St. Petersburg en van de Hermitage waarvoor hij zijn ambassadeur vorst Boris Koerakin en agenten als Kologrivov in 1717 boeken, bustes, beeldhouwwerken en schilderijen van Hollandse meesters liet aankopen.

Een andere spilfiguur was Johannes van den Burg, die door Peter belast was met het toezicht op de 150 Russische studenten die in Nederland verbleven (studeren ging niet zomaar; er waren in Rusland nog geen universiteiten – Krakau was lang de meest oostelijke – er was toestemming nodig van de tsaar om het land te verlaten).

Toch eindigt Peters Tweede Reis wat in mineur. Ook al organiseert zijn vriend, de kaviaar- en wapenhandelaar Christoffel van Brants ten afscheid een Vredesfeestje van 14.000 gulden (nu miljoenen euro’s) – “het grootste feest ooit door een koopman gegeven” – en ook al compenseren de Staten eigenaren van alle door Peter en zijn gevolg uitgewoonde grachtenpanden, toch valt de Hollandse zuinigheid en gebrek aan durf Peter tegen. Ook dat Nederland weigerde Peters keizerstitel te erkennen, stak hem bijzonder, alsmede het feit dat de Staten-Generaal hun bondgenootschap met de door Peter verslagen Zweden niet wilden beëindigen. Peter trok in 1717 teleurgesteld door naar Frankrijk, waarmee hij een meer duurzame alliantie zou aanknopen.

CATHARINA DE GROTE ALS CULTUURKEIZERIN
De Russische kunsthistorica Lika Smirnova behandelde Tsarina Catharina II, de van oorsprong Duitse prinses die later de bijnaam ‘de Grote’ zou verwerven. Zoals haar voorgangster Elisabeth de barokkeizerin was, zo was Catharina de keizerin van het classicisme. Ze was een echte bouwkeizerin, die als geen andere heerser haar stempel heeft gedrukt op de Russische Rijk, voortbouwend op het werk van Peter de Grote, maar meer gericht op de culturele infrastructuur.

Haar kolossale uitgaven zag ze als een investering in de toekomst – en die heeft haar achteraf gelijk gegeven, want veel van door haar gebouwde paleizen hebben oorlog en revolutie doorstaan. Als bouwkeizerin hield ze persoonlijk toezicht op de vele projecten.
Ook bevorderde ze in haar Hoftheater toneelkunst, opera en ballet en gaf ze kamerconcerten, ook al was ze zelf niet bijzonder muzikaal aangelegd en moesten haar hofdames aangeven wanneer een keizerlijk applaus gewenst was. Kunst werd een vorm van propaganda.

Ze adopteerde complete privé-bibliotheken van verschillende grote Franse Verlichtingsfilosofen als d’Alembert, Voltaire en Diderot.

Daarnaast was Catharina ook een taalkeizerin. Onder haar bewind kwam het eerste Russische woordenboek tot stand (1789-1792). Ook was ze feministe avant la lettre.
Zo liet ze in haar Handvest vastleggen dat vrouwen voortaan zelf moesten instemmen met een huwelijk. Het Smolny-instituut werd door haar als internaat opgericht om een nieuwe elite van adellijke meisjes te vormen.

Catharina stelde in 1783 als eerste een vrouw aan het hoofd van de Keizerlijke Russische Academie van Wetenschappen en Schone Kunsten: vorstin Jekaterina Dasjkova (1743-1810). Op de benoeming van een vrouwelijke president heeft de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) tot 2015 moeten wachten (de benoeming van José van Dijck, red.), merkte Smirnova fijntjes op. De (nog altijd bestaande) Russische Academie diende de nationale culturele ontwikkeling te bevorderen. Russische geschiedenis, Russische religie en Russische taal waren haar speerpunten.

Zeker telde haar bewind ook minpuntjes, zoals 800.000 vrije boeren die onder haar lijfeigenen werden.

ANNA PAULOWNA EN HAAR KUNSTKONING
Net overgevlogen uit Moskou, waar zij afscheid had moeten nemen van een bevriend musicus, trakteerde Marie-Thérèse ter Haar, directrice van de Rusland en Oost-Europa Academie, de toehoorders op het levensverhaal van Neerlands Russische koningin, grootvorstin Anna Pavlovna (1795-1865). Zij was een kleindochter van Catharina de Grote en dochter van Tsaar Paul (1796-1801). In Nederland is zij beter bekend als Anna Paulowna. Marie-Thérèse ter Haar baseerde zich vooral op een van de meest betrouwbare bronnen waarop een geschiedschrijver zich kan baseren naast dagboeken: brieven, in dit geval de correspondentie met Anna’s lievelingsbroer Tsaar Nicolaas I (1825-1855).

Opvallend is dat ook bij Koningin Anna geen enkel democratisch besef aanwezig is, en dan zitten we toch halverwege de negentiende eeuw. Het volk moest op gepaste afstand blijven.

Niemand minder dan Napoleon had al eens naar Anna’s hand gedongen, maar deze ging uiteindelijk in 1816 – twee eeuwen geleden – naar Willem II, de latere koning van een klein, nat en kil landje dat Nederland was. Paleis Het Loo was goed voor de gouverneur van een oblast, maar toch niet voor een grootvorstin? Het bruisende Brussel beviel het paar beter.
Het verlies van België in de jaren 1830 bedroefde het kroonprinselijk paar zeer.
Bij de Belgische Opstand biedt broerlief aan een leger te sturen en de Belgen naar Siberië af te voeren. Volgens Nicolaas moet Nederland zeker niet toegeven, maar de opstand neerslaan (de Russen hebben hier ervaring mee, zoals in Polen). En Thorbecke had van Anna mee gemogen: een enkele reis naar Siberië. Thorbecke had volgens haar geluk dat ze zich zo goed kon beheersen, want anders…. had ze hem wat aangedaan.

De astronomische miljoenenschuld die ‘Kunstkoning’ Willem na zijn vroege dood in 1849 naliet, werd gedelgd door zijn keizerlijke zwager in ruil voor een groot deel van zijn schilderijenverzameling. Zodoende zijn de juwelen van Koningin Máxima te danken aan haar verre voorgangster Anna, maar hangen veel Vlaamse primitieven en Hollandse meesters tot op heden in de Hermitage.

Ironisch is dat Anna Paulowna naast vloeiend Russisch, Frans en Duits (‘van huis uit’) ook snel Nederlands leerde spreken, en wel beter dan haar man Willem II, die ze ‘mon Guillaume’ noemde en met wie ze vooral in het Frans communiceerde.

Ten slotte had ze Rusland nooit geheel achter zich gelaten: ze liet overal Russisch-orthodoxe kapellen bouwen en stak man en kinderen het liefst in Russische uniformen, dat nogal wat wenkbrauwen deed fronsen in Den Haag.

REACTIES EN EVALUATIE
Uit de ingevulde evaluatieformulieren bleek een positieve waardering, waar het organiserend comité van de GGU zeer tevreden mee mag zijn. Een “inhoudelijk zeer goed gevulde dag” oordeelde slaviste en vertaalster Carmen Vissers van Vissers Taalservice uit Apeldoorn na afloop.

Het 6e Slavisch Symposium zal worden gehouden te Kampen op zaterdag 25 november 2017, met als thema: ‘Kleine Talen in het Grote Rijk’.

Dr. Paul Cliteur in rechtszaak G. Wilders

De bekende Leidse rechtsfilosoof Prof. Dr Paul Cliteur heeft op zaterdag 29 oktober 2016 om 15 uur in de Broederkerk te Kampen de aftrap gegeven voor de GGU-serie ‘Grote Vragen over de Toekomst van…’ Zijn bijdrage ‘De Toekomst van de Rechtswetenschap en de Scheiding van Politiek en Recht’ stond mede in het teken van het Wilders-proces, waarvoor hij donderdag 3 november 2016 moest aantreden als getuige à décharge. Zonder aanhanger van Wilders te zijn, plaatst Cliteur grote vraagtekens bij de staatsrechtelijke juistheid van dit proces tegen een politiek leider dat per definitie een politiek proces is.
De discussie was een uitwisseling van gezichtspunten waardoor hij zich geïnspireerd wist. Onder de aanwezigen was ook een delegatie van de Commissie van Aanbevelingen tot Versterking van de Rechtsstaat (CAVR).

U kunt het optreden van Prof. Cliteur op 3 november 2016 integraal beluisteren.

SOCIALICON
GGU op Facebook
GGU op Youtube