Het raadsel van de Bhagavata Purana (3)

Ratten en een vage oude tekst

Nadat ik de eerste aflevering van deze notitie had geschreven, googlede ik toch nog even “rats-pest-india”. Waarop het volgende op mijn scherm verscheen:

 

schermbeeld

 

…on line geplaatst op 17 mei 2022 (gele markering in de afbeelding van mij).
En wat blijkt? In India wisten inwoners van twee districten in de Himalaya wel degelijk dat sterfte van ratten een aankondiging was van de naderende pest. Al lang voor dit bij ons, Europeanen, bekend was.

In 1849 werd een uitbraak van de ziekte Mahamari gerapporteerd aan het koloniaal bewind in Kumaon en Garhwal, twee districten in de deelstaat Uttarakhand in de Himalaya. Hele dorpen stierven uit, en men vreesde dat er sprake was van de beruchte pest. De ziekte was zo besmettelijk, dat de dorpelingen hun woonplaatsen ontvluchtten, de lijken open en bloot lieten liggen en hun heil zochten in de omringende bergen en bossen. Dat vond de districtsbestuurder geen goed bericht. De ziekte was wel bekend, maar was altijd beperkt gebleven tot een klein gebied. Als de mensen echter wegtrokken, werd de kans op verspreiding groter.

In maart 1850 stuurde de Medical Board of Calcutta dr. C. Renny erheen om de zaak te onderzoeken.
Hij en zijn assistenten bekeken de situatie in de getroffen dorpen en spraken met overlevenden van de uitbraak, die inmiddels was gestopt. Ze waren vooral geschokt door het feit dat de mensen hun doden zomaar hadden achter gelaten. Al die lijken, dat leverde vreselijke miasma’s op, wat uitermate schadelijk was voor de gezondheid, zoals de medici destijds dachten.
Renny hechtte geen geloof aan de verhalen van dorpelingen over de vele ratten die bloed spuugden en dood neervielen voordat de ziekte toesloeg. Volgens hem ging het niet om een besmettelijke ziekte, laat staan de pest. In het verslag dat hij in augustus 1850 aanbood aan zijn meerderen, schreef hij onder meer dat hij de verhalen van dorpelingen als bijgeloof beschouwde. Je moest gewoon de lijken opruimen en de boel schoonhouden, dan kreeg je de ziekte niet. Deze rapportage stemde Renny’s opdrachtgevers tot tevredenheid.
Maar ondanks het opruimen van de lijken kwam de ziekte terug.

Om toezicht te houden op het juist uitvoeren van de hygiënische maatregelen en verder onderzoek te doen naar de ziekte, werden twee andere artsen naar het gebied gestuurd.
Dit tweetal, dr. Charles Richard Francis en dr. Frank Pearson, arriveerde in augustus 1852 in het gebied, net toen er weer een hevige uitbraak van Mahamari aan de gang was. In hun rapportage van 1854 schrijven ze dat ze vijftig dorpen hebben bezocht en ervan overtuigd zijn dat Mahamari “de echte pest” is. Op een dag kwamen ze in een dorpje waar ze zelf zagen hoe de ratten bij bosjes dood neervielen. De dorpelingen waren doodsbang, wisten dat ze weg moesten, maar ja, zomaar je huis achterlaten…

 

FotoKumaon

De smerige dorpen staan in schril contrast tot de zuiverheid van de omringende natuur,
was de algemene gedachte in de negentiende eeuw.
Op de foto: Kosi rivier in de buurt van Almora, Uttarakhand.

Een week later kwamen Francis en Pearson terug, en toen had Mahamari het dorp al bereikt. Ze verrichtten autopsie op een rat, en constateerden daar (even heel kort door de bocht gezegd) dezelfde soort zwarte plekken op de longen als bij mensen die aan de pest waren gestorven. In de 19e eeuw dacht men dat vuil de oorzaak was van de pest, dus de conclusie van Francis en Pearson was dat als zelfs ratten, smerige beesten die zich in riolen en vuilnishopen ophouden, de pest krijgen, dan moet het wel een verschrikkelijk besmettelijke ziekte zijn. Dat bracht ze tot het advies om de dorpen en huizen schoner dan schoon te maken, zodat de ratten er walgend van al die hygiëne zouden vertrekken. Maar voor alles helemaal schoon is, en zolang er dus nog ratten zijn, is het van belang dat de mensen vluchten zodra de ratten dood neervallen, schrijft het tweetal.
Pearson bleef nog 25 jaar in het gebied werken en heeft uit hygiënische overwegingen menige hut verbrand.

Het is duidelijk dat de inwoners van Kumaon en Garhwal al lang wisten dat ze moesten vluchten zodra ratten dood begonnen neer te vallen. Dat was nl. de voorbode van een uitbraak van Mahamari, de pest. Of en waar deze kennis is vastgelegd, weten we niet. In ieder geval niet in de Bhagavata Purana. Anand Aadhar raadde me aan de Devî Bhâgavatam te bekijken: “In dat boek, met een heel andere stijl van verhalen vertellen, staan wel meer vreemde dingen. Misschien is het daar te vinden.” En inderdaad, in boek 5, hfs 28:33 staat een zeer vage toespeling. Er worden een paar omstandigheden genoemd die tot rampen leiden: “extreme droogte, extreme regenval, ratten, invasie door vreemdelingen, sprinkhanen, vogels, vleermuizen enz.”. Welke rampen ratten brengen en hoe ze dat doen, dat staat er niet bij.
De tekst wordt gedateerd tussen de negende en de veertiende eeuw. Dat is nogal ruim, maar in ieder geval eeuwen voor er in Europa verband werd gelegd tussen ratten en rampen.

 

 

Slot volgt.
Naar deel 4: Het werk van W.G. King. De Engelse legerarts King wordt nog steeds met dankbaarheid herdacht. Resterende vragen.

Naar deel 2: Een canard, een broodje aap?.

fokkelien

SOCIALICON
GGU op Facebook
GGU op Youtube