Grote Vragen op Derde Zaterdagen

GGU START MET GROTE VRAGEN OP DERDE ZATERDAGEN

De Geert Grote Universiteit (GGU) komt naar Kampen en is bezig daarvoor het bibliotheekpand van de vertrokken Protestants Theologische Universiteit (PThU) aan de Oudestraat te verwerven. In afwachting van het verloop van het hele proces van aankoop, verbouwing en inrichting, wil de GGU zich nu al geregeld inhoudelijk presenteren aan de Kamper bevolking. Zij zal daarvoor vanaf september op de derde zaterdag van elke maand een serie “Grote Vragen op Derde Zaterdagen” organiseren in ‘De Levensbron’, die haar gastvrijheid biedt.

Het gaat steeds om een belangrijk thema, waarvoor meestal twee sprekers als opponenten worden uitgenodigd, die de gelegenheid krijgen hun standpunt voor het publiek te verdedigen. De GGU heeft deze vorm van discussie al eerder in Deventer met succes doorgevoerd en hoopt nu daarvoor in Kampen evenveel belangstelling te wekken. Bij de opening van het academisch jaar 2016-17 aan de Theologische Universiteit te Kampen brak de historicus Prof. James Kennedy al een lans voor zulke Grote Vragen als een uitstekend middel om gezichtspunten te verbreden.

In de eerste zitting op de derde zaterdag van september wil de GGU beginnen zich eens nader voor te stellen. Ze geeft daarom haar bedenker en stichter Dr J.D.J. Buve uitvoerig de gelegenheid om de filosofische achtergrond van de GGU te schetsen. Er is dan voldoende tijd om ongetwijfeld vele vragen te beantwoorden, inclusief die van praktische aard, waarvoor ook andere bestuursleden aanwezig zullen zijn.

Plaats: ‘De Levensbron’, Vloeddijk 62, Kampen.
Tijd: Zaterdag 17 september, 15-17 uur (zaal open om 14.30 uur)
Entree: 10 euro, studenten 3 euro (incl. thee / koffie)
Opgave kan via info(at)geertgrote-univ.nl

GGU-Recensie van R. Biskup, Rudolf Laun (1882-1975)

Gedachten bij het verschijnen van:
Rudolf Laun (1882-1975): Staatsrechtslehrer zwischen Republik und Diktatur door Rainer Biskup (Conference Point Verlag, Hamburg, 2010).

Nu er een voortreffelijk en afgewogen boek is verschenen over leven en werk van Rudolf von Laun, biedt zich een mooie gelegenheid aan om meer en détail na te gaan, waarom nu vijftien jaar geleden voor Von Laun als naamgever voor een Instituut voor Toegepaste Metafysica gekozen is. Zijn zoon Otto von Laun zei in 1995 hoogst verbaasd geweest te zijn, te vernemen dat zijn vader als metafysicus werd gewaardeerd, terwijl hij altijd van zijn vader had begrepen, dat hij er zelf juist beducht voor was als metafysicus te worden beschouwd.

In het derde deel van M. Stolleis’ Geschichte des öffentlichen Rechts in Deutschland werd Laun nog in 1999 tot de “betonten Positivisten der Weimarer Zeit” gerekend (142, noot 610), terwijl hij zich zijn hele leven tegen die positivisten, waaronder met name Hans Kelsen, heeft afgezet. Van de andere kant citeert Biskup een aantal prominente positivisten op Launs vakgebied (156), die zijn rechtsopvatting nadrukkelijk afwezen als niet voldoende positivistisch, of, zeg maar, als metafysisch verdacht of “angehaucht”. En dat zou weer goed aansluiten bij Marschall von Biebersteins analyse van Launs beroemde rede over de “Autonomie des Rechts” uit 1924, die hem tot metafysische associaties verleidt (156), terwijl Laun zelf in de derde druk van die Rectoraatsrede in 1935 onder de titel Recht und Sittlichkeit de nationaal-socialistische staatsopvatting voor “metaphysischen Unsinn” houdt. Want, zegt hij, die leer gaat ervan uit, dat het volk de “oberste Quelle des Rechts” zou zijn in plaats van het individuele geweten van alle burgers van een staat, dat voor Laun de hoogste rechtsbron is. Die individuen met hun geweten kun je namelijk aanwijzen (een belangrijk positivistisch criterium) en daarom kun je er ook objectief wetenschappelijk iets over zeggen, meent Laun. En dat is nu juist niet mogelijk als je, zoals de nationaal-socialisten, het volk beschouwt als iets dat kwalitatief verschilt van het geweten van individuele burgers. Dan wordt zo’n rechtsgevoel van een volk volgens Laun tot een soort “metaphysische Einheit”, die meer weg heeft van een geloofsdogma, waar je wetenschappelijk uiteindelijk niets mee kunt. Want, zegt Laun, “ich habe es mit Wissen und nicht mit Glauben zu tun” (204). En het wordt dan al helemaal ‘metafysisch’ als “nur der Lenker des Staates dieses Gewissen und Rechtsgefühl intuitiv volkommen erfassen könne,” zoals de Führer beweerde.

In zijn in de oorlog verschenen filosofische werk Der Satz vom Grunde karakteriseert hij de nationaal-socialistische periode als “eine Periode des zunehmenden metaphysischen Materialismus” (217): een soort contradictio in terminis, die de impasse duidelijk maakt, waarin Von Laun verstrikt geraakt is, omdat hij zijn inhoudelijk metafysische ideeën in de heersende positivistische wetenschapsleer wil inbedden. Voor Von Laun is het juist het individuele geweten, waarin het rechtsgevoel culmineert, dat er uiteindelijk voor moet instaan, dat recht ook als rechtvaardig wordt beschouwd en vooral als zodanig beleefd wordt. Het geweten is voor Von Laun dus een soort toets voor de rechtvaardigheid van recht, waar de positivisten helemaal niets van moeten hebben, omdat volgens hen alleen aan de wet getoetst kan worden. Dat is wetenschappelijk vereist, vinden zij, want rechtvaardigheid is een niet te bepalen waarde, juist omdat iedereen daar in zijn geweten anders over kan en misschien wel moet denken en dan kun je dat nooit hanteren als een criterium dat aanspraak maakt op wetenschappelijke objectiviteit.

Maar het grote probleem blijft natuurlijk – wat ook door Biskup duidelijk onderkend wordt – “die offensichtliche Machtlosigkeit des Positivismus angesichts ungerechter oder unsittlicher Gesetze” (158). En in Der Satz vom Grunde zegt Laun: “… die reine Rechts- und Staatslehre (van Kelsen, J.B.) hat keine Argumente gegen die Allmacht des Gesetzgebers, auch da, wo diese zu den scheusslichsten Zwecken missbraucht wird” (217).
Deze zin uit 1942 moet aan de censuur ontsnapt zijn. Hoe kan een wet onrechtvaardig zijn, als die wet zelf uiteindelijk het enige criterium is, waaraan die rechtvaardigheid getoetst kan worden? Het enig mogelijke antwoord is dan, dat die rechtvaardigheid in het recht geen rol mag spelen, omdat dat de formele loop van het recht ten koste van de rechtszekerheid zou doorbreken. Daarom zoekt Von Laun op een haast wanhopige manier naar de theoretische grondslag voor een juridische methode om de almacht van de wet te doorbreken zonder de rechtszekerheid in gevaar te brengen. En die grondslag meent hij gevonden te hebben in zijn theorie van de “Autonomie des Rechts”.

In een historisch debat over de ‘Gelijkheid voor de Wet’ op een treffen van de Vereinigung Deutscher Staatsrechtslehrer (maart 1927) gaat Von Laun in het krijt met de notoire positivist Hans Nawiasky. Het ging daarbij om de vraag of ook de wetgever van de Grondwet “an überpositive Normen gebunden” is. Laun noemt dan drie mogelijkheden
om daarin stelling te nemen: ofwel men ontkent eenvoudig dat er zo iets als normen boven de wet kunnen bestaan, ofwel men gelooft in een God als hoogste Wetgever of men gelooft in de autonomie van het Recht (126). In dat laatste geval, zegt hij, dient men zich uiteindelijk te houden aan de eisen, die het rechtsgevoel aan het eigen geweten stelt. Je ziet dan hoe Laun worstelt met de rechtszekerheid: het gaat er dus niet om, zegt hij, wat afzonderlijke parlementariërs gedacht hebben, toen zij de wet formuleerden. Wat telt, is hoe de wet overkomt op de brede massa. Iets wat algemeen geldig is, kan alleen gewonnen worden als de grote massa er mee instemt. En dat was, zoals ook Biskup erkent, een zwaktebod: “Laun stellt sich mit diesem kurzen Beitrag substantiell an den Rand der rechtlichen Diskussion.” Niemand van de aanwezigen ging dan ook verder op deze gedachten in (127).

Ik vermeld dit, omdat het in alle scherpte laat zien, dat een beroep op het geweten nooit in het verlengde van de wet kan liggen – zoals Von Laun in feite wél doet – , maar alleen als een parallelle weg naast de positieve wet begrepen kan worden. Het geweten kan aan de wet niets veranderen of toevoegen; het kan ook nooit een criterium worden voor de waardering of de interpretatie van de wet, maar wie het geweten inclusief het geweten van individuele volksgenoten niet beschouwt als iets waarvoor ook de positieve wetgever – en in wezen ook de rechter – het diepste respect moet opbrengen, die zaagt aan de poten van de democratie.

De wetgever kan nooit gedwongen worden te doen, wat het (collectieve) geweten wil of eist. Maar hij is wel gehouden dit geweten op een serieuze – en dat wil zeggen: kansrijke – wijze bij zijn afwegingen als wetgever of rechter te betrekken. Het geweten kan nooit met de wet concurreren, omdat het van een totaal andere orde is: het is niet fysisch, zoals de wet, maar metafysisch – en die twee sluiten elkaar contradictoir uit. Dat is de kern van de ‘dubbele waarheid’ (veritas duplex), zoals ik die nu in de nodige geschriften verdedigd heb, maar waar Von Laun nog niet aan toe was. Daarom moet altijd een keuze worden gemaakt en moet worden afgewogen tussen de rationele wet en het intuïtieve geweten. Wordt er met die afweging gesjoemeld, omdat men bijvoorbeeld ofwel de wet niet (helemaal) au sérieux neemt – door bijvoorbeeld het geweten boven de wet te stellen – of het geweten – door bijvoorbeeld de wet altijd het laatste woord te geven – , dan staat automatisch de democratie op het spel. Want zonder minstens impliciet rekening te houden met die metafysische dimensie van ons bestaan, is democratie niet mogelijk. Ook dat is een kernthema van de filosofie van de dubbele waarheid.
Zoals gezegd: wat Rudolf von Laun niet gezien heeft, is die contradictoiriteit van het fysische en het metafysische bestaan van de mens. Het lijkt wellicht wat onbegrijpelijk, dat de positivisten het belang van dit contradictoire voor de hele systematiek van het recht niet hebben gezien, terwijl ze wel pal achter Kants radicale scheiding tussen Sein und Sollen staan, die hen verplicht ook ‘recht’ en ‘moraal’ als twee absoluut onverenigbare grootheden te behandelen. Von Laun onderscheidt in dit verband tussen een “heteronomen Sollen” van het positief geldende recht dat voor hem eigenlijk de “unter Zwang gestellten Ordnung des ‘Müssens’” is, en een “autonomes Sollen”, dat “durch die Stimme des Gewissens unbedingt, kategorisch” verplicht (240).

Het behoeft geen betoog dat ‘autonoom’ en ‘heteronoom’ inhoudelijk contradictoire begrippen zijn en dat ze voor Von Laun (in tegenstelling tot de positivisten) beide in de rechtswetenschap thuis horen: heteronomie in de “juristische Staatslehre” en autonomie in de “Lehre von den Staatsidealen oder den politischen Idealen” (241). Daarmee introduceert hij echter in de Wetenschap van het Recht iets dat logisch onmogelijk, want contradictoir is, en dat is nu exact wat de metafysica doet en alleen in de metafysica mogelijk is.

Het is ook de reden waarom de positivisten zo’n leer van de staatsidealen mooi buiten de deur houden, omdat het wetenschappelijk onmogelijk is… als wetenschap fysisch en niet metafysisch gedefinieerd wordt. En dat laatste is nu precies waar Von Laun niet toe komt, omdat metafysisch voor hem onwetenschappelijk is. In de filosofie van de dubbele waarheid doen we die stap nu juist wél. Maar dat is alleen mogelijk als het waarheidsbegrip uit zijn positivistische c.q. Aristotelisch doordachte eenzijdigheid bevrijd wordt. En daarvoor moeten we terug naar Plato en zijn structurele dualisme.

Dr J.D.J. Buve
Directeur Rudolf von Laun Instituut voor Toegepaste Metafysica, Deventer
12 januari 2011

Uw reactie is welkom, laat hieronder een bericht achter of wissel met ons van gedachten op het GGU forum

Presentatie universitair vastgoed op GGU-donateursdag 2016

160711gguondernemingsplanomslag.inddDe GGU-Donateursdag op 20 augustus (de sterfdag van Geert Grote) wordt dit jaar voor het eerst in Kampen gehouden. Deze dag zal ditmaal in het teken staan van het document “GGU van Deventer nar Kampen”, dat vaste donateurs van de GGU op 20 juli hebben toegestuurd gekregen. Hierin staat beschreven hoe men zich voorstelt het gebouw van de voormalige UB van de Protestants Theologische Universiteit aan de Oudestraat 6 te Kampen te verwerven en geschikt te maken voor gebruik door de GGU en haar bondgenoten.

Het Ondernemingsplan 2016-2021 “GGU van Deventer naar Kampen” bestaat uit een inhoudelijk deel, een investeringsbegroting en een 5-jarige exploitatiebegroting. Het kan aan een ieder ter hand gesteld worden die van plan is steun te verlenen aan dit initiatief met nog moeilijk te voorziene gevolgen voor het aanzien van Kampen als universiteitsstad en voor de broodnodige ontwikkeling van de universitaire gedachte in Nederland en op termijn wellicht zelfs daarbuiten.

De goede zaak steunen kan bijvoorbeeld door als vrijwilliger te helpen of door fiscaal aftrekbare schenkingen aan de GGU te doen: een stichting met ANBI-status (Algemeen Nut Beogende Instelling). Maar ook kan men aandelen verwerven in de op te richten BV Universitair Vastgoed Kampen (UVK). Uiteraard is een universiteit geen supermarktketen. Maar de GGU is wel een op de toekomst gerichte private wetenschappelijke instelling, die haar geld uit de markt haalt met de ambitie om Kampen een universiteitsstad te laten blijven. Dit kan een ideële en duurzame investering in vastgoed zijn met laag rendement, maar ook met overzienbare risico’s. Immers: de exploitatie geschiedt door het eveneens op te richten Universitair Kapittel Kampen (UKK), een academische coöperatie. UVK krijgt een stem in het Kapittel en zal verder uitsluitend eigenaresse zijn van de universiteitsgebouwen, waardoor het aandeelhoudersrisico gering is.

Inhoudelijke delen van het Ondernemingsplan worden in de loop van augustus bij wijze van voorproefje op www.facebook.com/geertgrote gepubliceerd. Uiteindelijk zal het plan in opgemaakte vorm grotendeels op deze webpagina (www.geertgrote-univ.nl) te vinden zijn. Alleen de Bijlagen C en D (Investeringsbegroting resp. Exploitatiebegroting) zijn niet vrijelijk raadpleegbaar, maar worden uitsluitend in papieren vorm gedeeld met huidige GGU-donateurs en met andere serieuze kandidaat-investeerders.

Geslaagde eerste activiteit Geert Grote Universiteit i.o. in Kampen

Met de Von Laun Lezing 2016 ter gelegenheid van de dies natalis van het Rudolf von Laun Instituut voor Toegepaste Metafysica heeft de GGU op 16 februari haar eerste activiteit in Kampen er goed vanaf gebracht, te gast bij de TU Kampen aan de Broederweg.

Spreker was Prof. Dr Herman De Dijn van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KU Leuven, die zijn 30-koppig gehoor trakteerde op een uitermate boeiend betoog, geheel uit het hoofd, over de almaar groeiende kloof tussen ethiek en wetenschap.

den-deijn

In zijn inleiding memoreerde Sybrand Buve dat het voor het eerst in meer dan tien jaar was dat er weer een burgemeester aanwezig was bij de Von Laun Lezing. Dit was niet meer gebeurd sinds Burgemeester Margreeth de Boer van Leeuwarden acte de présence had gegeven. Nu was het Burgemeester Bort Koelewijn van Kampen die met zijn aanwezigheid de lezing luister bijzette en die bovendien na afloop, evenals vele andere aanwezigen, inhoudelijk goede vragen stelde aan Prof. De Dijn, wiens werk hij zelf ook bleek te lezen.

Naast mensen uit de regio Kampen, waren er natuurlijk trouwe GGU-volgers meegekomen uit Deventer, maar ook uit Den Haag en Amsterdam. Het was prachtig weer voor een dagje Hanzestad Kampen. Vooral de liefhebbers van onderwaterarcheologie kwamen aan hun trekken, want de onlangs naar boven gehesen Kamper Kogge was nog op de IJsselkade te bewonderen.

dendeijn2

Evenals bij zijn voorgangers het geval is, zal de uitgewerkte lezing van Herman De Dijn in druk worden uitgegeven.
De Dijn schaart zich met zijn lezing in het illustere gezelschap van houders van de Von Laun Lezing, zoals wijlen Bart Tromp, Frank Ankersmit, S.W. Couwenberg, D.H.M. Meuwissen, A.Q.C. Tak, Marc Vervenne en Guido Vanheeswijck.

Von Laun lezing Vanheeswijk in druk verschenen

Vanheeswijck_voorkantDe Von Laun Lezing 2014 door Prof. Dr Guido Vanheeswijck (Universiteit Antwerpen) is inmiddels in boekvorm verschenen bij de Deventer Universitaire Pers (DUP) onder de titel “Over de Metafysische Behoefte in de Mens”, voorzien van een Nawoord van Jeroen Buve. Het boek is voor €14,95 verkrijgbaar via uw boekhandel en ook via de webwinkel van de DUP die u vindt op www.universitairepers.nl/launianamaiora.html.

Reactie GGU naar aanleiding van mediaberichtgeving rond abdij Sion

Abdij Sion is voorlopig verkocht aan de Stichting Nieuw Sion, die wij bij deze feliciteren met haar overwinning. Voor de Geert Grote Universiteit i.o. (GGU), die sinds maanden voortdurend in de weer geweest is om de Abdij te verwerven, was het even een bittere pil. Maar de GGU heeft in de afgelopen negen jaar een soort olifantenhuid tegen teleurstellingen ontwikkeld en daarmee een voor velen onbegrijpelijke veerkracht. Daarvan hopen wij binnenkort onze vrienden en sympathisanten weer te kunnen overtuigen. We hebben intussen geleerd om niet te snel met goede berichten naar buiten te komen.

Het was blijkbaar de voorkeur van Abt Alberic om de Abdij aan “Nieuw Sion” te gunnen: een begrijpelijke keus, want het hemd is nu eenmaal nader dan de rok. Sion blijft nu een soort klooster en wordt geen universiteit. De GGU had echter graag de gelegenheid gehad – maar die is haar niet gegund – om in deze zaak überhaupt mee te dingen, vooral nadat zich naar aanleiding van de brochure De Geert Grote Universiteit in Abdij Sion drie investeerders gemeld hadden die bereid waren tot €5.000.000 te gaan om Abdij Sion met landerijen te kopen, terwijl die nu voor €3.500.000 aan “Nieuw Sion” is gegund (aldus dagblad De Stentor, 18-12-2015).

Die drie idealistische investeerders wilden de gebouwen aan de GGU ter beschikking stellen en hun rendement halen uit de 50 hectaren vruchtbare landbouwgrond, die zij biologisch wilden gaan exploiteren. Maar hun bod was expliciet gebonden: ze wilden alleen het geheel kopen als de GGU in de gebouwen zou komen. Dus nu is voor de GGU niet alleen de abdij verloren, maar ook die €5.000.000 – tenzij voor een deel van dit bedrag nog een andere bestemming komt. Misschien kunt u zich hierbij iets van de diepe teleurstelling voorstellen, die dat voor de toekomst van de GGU betekent, die als private stichting vooral op dit soort privégeld is en zal zijn aangewezen.

Dat de Abt van Sion in dezen voor een religieuze invulling gekozen heeft, ligt in de lijn der verwachtingen, maar dat hij zich daarbij via zijn zaakwaarnemer heeft kunnen beroepen op de nu al negen jaar durende en een paar keer haast geslaagde poging van de Gemeente Deventer om de GGU overal buiten te houden en als privéhobby te laten uitsterven, is voor vele prominenten van buiten Deventer steeds onbegrijpelijker, maar het is wel de feitelijkheid. Buiten Deventer, ook bij verschillende gevestigde universiteiten in Nederland en België, wordt op hoogleraarniveau allang onderkend dat hier een nieuw en intrigerend academisch project in de maak is. Bij gebrek aan ondersteuning kan dit initiatief organisatorisch nog niet goed van de grond komen.

En nu zich een unieke gelegenheid bood om buiten de gemeente om toch tot de realisering van een rudimentaire universiteit te komen, was er weer geen enkele, al was het maar morele, steun vanuit de Gemeente Deventer. Het is moeilijk te bevatten dat waar allerlei steden zich inspannen om een university college binnen hun grenzen te krijgen, Deventer daarvoor ongevoelig lijkt te zijn. Misschien zal de toekomst bewijzen dat ideeën soms sterker kunnen zijn dan het rendementsdenken voor mogelijk hield.

Deventer, 22 december 2015.
College van Bestuur GGU

210 jaar: van danken naar denken

Kant en Schelling hebben het net niet gehaald, maar Plato wel en Buve wellicht op 5 oktober: 80 jaar op aarde.
Dit feit, alsmede enkele andere jubilea, zoals 70 jaar Marten Nap, 40 jaar Sybrand Buve en 20 jaar Rudolf von Laun Instituut voor Toegepaste Metafysica, willen we markeren met een oefening ‘Van danken naar denken: de weg naar een universiteit voor reflexieve serendipiteit’.

Daartoe nodigen de besturen van de Geert Grote Universiteit (GGU) en de Deventer Universitaire Pers (DUP) u uit op zaterdag 10-10-2015 in de rococo ‘Engelenzaal’ van Beeldhouwatelier Károly Szekeres (adresgegevens: zie onder).

MIDDAGPROGRAM

14.45 uur: Inloop

15.00 uur: Welkom door Olivier Rensing, ceremoniemeester

15.05 uur: Een denkexercitie van een dankbare Jeroen Buve

16.00 uur: Installatie van Godfried Kruijtzer als Honorair Fellow Rudolf von Laun Instituut

16.10 uur: Aansnijden Feesttaart van Bakker Sybesma uit Boksum door Marten Nap

16.30 uur: Muziek

16.45 uur: Presentatie van Guido Vanheeswijcks Von Laun Lezing 2014 door Sybrand Buve

17.00 uur: Overhandiging eerste exemplaar van Launiana Maiora III: Over de Metafysische Behoefte in de Mens door Guido Vanheeswijck aan Mevrouw Monique van Haaf, Lid van Gedeputeerde Staten van Overijssel (VVD)

17.30 uur: Afsluiting middagprogramma. Mogelijkheid het boek te kopen voor de introductieprijs van € 10.

AVONDPROGRAM

18.00 uur: Ontvangst met borrel op de Buveburcht (adresgegevens: zie onder)

19.30 uur: ‘Buvet’ aldaar

ADRES MIDDAGPROGRAM:
Atelier Károly Szekeres
Kleine Overstraat 44
NL-7411 JM Deventer

ADRES AVONDPROGRAM:
Ingang Buveburcht is niet bereikbaar via officieel postadres (Sandrasteeg), maar alleen via de tuin van de Buveburcht; ingang naast Proosdijpassage aan Stromarkt/Lamme van Dieseplein: tussen oude beuk en bankautomaat rechts af cul-de-sac ingaan en aan het eind links door groen tuinhekje.

R.S.V.P.
U gelieve uiterlijk op 8 oktober 2015 uw deelname aan middag- en/of avond-program door te geven door een briefje te sturen naar Monique den Broeder, chef de bureau Universiteitssecretariaat, Sandrasteeg 8, NL-7411 KS Deventer dan wel via
info@geertgrote-univ.nl, of via tel. 0570 600 134.
Let wel: opgave is noodzakelijk!
Voor vragen over het programma (bijv. aanvragen spreektijd) kunt u zich wenden tot de ceremoniemeester Olivier Rensing: tel. 06 – 1459 1975 of olivierrensing@hotmail.com

Tenue de ville

GGU-Tip: maak een portret van Jeroen Buve mede mogelijk door contant of (liefst) per bank een bijdrage over te maken aan de GGU (IBAN: NL85 RABO 0124 1630 84 EUR t.n.v. St. Geert Grote Universiteit te Deventer) o.v.v. “Portret van een portret”. Uw gift is fiscaal aftrekbaar.

U kunt de uitnodiging hier ophalen als PDF.

Geert Grote lezing over ‘wonderverhalen’ tijdens GGU donateursdag

2015 Op donderdag 20 augustus – de sterfdag van Geert Grote – vindt de jaarlijkse GGU-Donateursdag met Geert Grote Lezing plaats, op een bijzondere locatie: de normaal niet toegankelijke ijskelder van de middeleeuwse Lebuïnustoren, in gebruik als atelier van Wolters & Ovink Restauratie-Decoratie BV en ons belangeloos beschikbaar gesteld door de directie. Een ieder die de GGU een warm hart toedraagt (of dit wil overwegen) is hierbij welkom.

De Geert Grote Lezing vormt een vast bestanddeel van de Donateursdag en wordt verzorgd door DR DIRK OTTEN, auteur van een aantal bij de Deventer Universitaire Pers verschenen publicaties over de komst van het christendom in Nederland. De titel van Ottens lezing luidt: “Wonderverhalen in heiligenlevens over missionarissen en de herbegrafenis van Lebuïnus”. Het leven en optreden van missionarissen als Willibrord, Ludger en Lebuïnus is beschreven in zogeheten heiligenlevens. Over Ludger schreef zijn neef en opvolger, bisschop Altfried van Munster, een heiligenleven, maar Ludger zelf schreef een heiligenleven over zijn abt en leermeester Gregorius van Utrecht. De auteurs van heiligenlevens schreven geen op historische feiten gebaseerde biografie, maar ze wilden met hun ‘biografie’ de hoofdpersoon verheerlijken. Daartoe lieten ze de hoofdpersoon ook wonderen verrichten, of ze vertelden van wonderen die later bij het graf van de hoofdpersoon waren geschied. Bevatten die wonderverhalen een kern van historische waarheid? Heeft Ludger Bernlef, de vermaarde Friese zanger van helden- en strijdliederen, van zijn blindheid genezen? Wist Willibrord door gezegend water nonnen van de pestziekte te genezen? En kon Ludger pas na een visioen het lichaam van Lebuïnus vinden en herbegraven?

Op deze en andere vragen geeft Dirk Otten, auteur van onder meer “Terug naar de ware Lebuïnus”, “Hoe God verscheen in Saksenland” en “Hoe God verscheen in Friesland”(www.deventeruniversitairepers.nl) het antwoord. Een inkijk-exemplaar van een bijzondere facsimile-uitgave van het Getijdenboek van Geert Grote is deze middag aanwezig.

Verder zal een nadere toelichting worden gegeven op het op 29 juni 2015 gepresenteerde visiedocument “De Geert Grote Universiteit in Abdij Sion” en zal worden ingegaan op de huidige stand van zaken, ook wat betreft het Comité van Aanbeveling.

Het publieksprogramma begint op donderdag 20 augustus 2015 om 15 uur (inloop vanaf 14.30 uur) in de Lebuïnustoren aan het Grote Kerkhof in het hart van Deventer en eindigt om 17 uur met een borrel. Vanaf Deventer CS is het ca. 10 minuten lopen naar de kerktoren. Betaald parkeren kan ter plekke of op de aangrenzende Nieuwe Markt. Gratis parkeren is mogelijk op de Worp (nabij IJsselhotel), waarna men het pontje naar de overkant neemt; van daaruit is het slechts 1 minuut lopen.

LET OP: Deelname is gratis, maar opgave is verplicht via info@geertgrote-univ.nl.

CU-voorman neemt GGU-visiedocument in ontvangst

Fractievoorzitter Jan Westert van de ChristenUnie (CU) neemt op 29 juni in Deventer het eerste exemplaar van het nieuwe visiedocument van de Geert Grote Universiteit (GGU) in ontvangst.

De GGU wil met de brochure “De Geert Grote Universiteit in Abdij Sion” overheden, zusterinstellingen, bedrijven en particulieren als bondgenoten betrekken bij de omvorming van de door de trappisten verlaten Abdij Sion te Diepenveen tot de eerste Universiteit voor de Geesteswetenschappen in Overijssel.

Jan Westert (1951) is sinds 2011 CU-fractievoorzitter in Provinciale Staten van Overijssel. Als lijsttrekker voor de Statenverkiezingen van 2015 brak hij tijdens het verkiezingsdebat in Deventer een lans voor de GGU en won er een zetel bij. Sinds mei vormt zijn partij een coalitie met CDA, VVD en D66. De politicus Westert is afkomstig uit de onderwijswereld en was ondermeer voorzitter van het curatorium van de Mr G. Groen van Prinstererstichting, het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie (2008-2014).

In 2015 bestaat het Rudolf von Laun Instituut voor Toegepaste Metafysica 20 jaar. Dit wetenschappelijk onderzoekscentrum houdt zich bezig met de fundamenten van democratie en rechtsstaat en vormt de basis van de op 29 juni 2006 opgerichte GGU.

De presentatie vindt maandag 29 juni om 19 uur plaats in de tijdelijke huisvesting van de GGU in het oude Hegius Gymnasium, ingang aan de Nieuwe Markt 23 te Deventer. Vrije toegang voor wie zich vooraf aanmeldt via: info@geertgrote-univ.nl. U mag ook een briefje schrijven naar het Universiteitssecretariaat, Sandrasteeg 8, 7411 KS Deventer of bellen met 0570 600 134.

De Nieuwe Markt is 10 minuten lopen vanaf Deventer CS. Duur betaald parkeren (tot 22 uur) kan op Nieuwe Markt of Grote Kerkhof. Gratis parkeren kan op de Worp (nabij IJsselhotel) aan de andere kant van de rivier, waarna men per pontje de IJssel kan oversteken; vanaf de oever is het één minuut lopen. Het pontje vaart tot 23 uur.

Als u niet naar de presentatie kunt komen, maar de brochure wel toegestuurd wilt krijgen, dan kunt u deze voor drie euro bestellen via de webwinkel van de GGU die u HIER vindt.
U kunt de brochure tevens als digitaal document HIER ophalen.

Eindelijk erkenning voor ‘Civis Mundi’ Couwenberg

De Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) heeft op 15 januari 2015 Prof. Dr S.W. Couwenberg onderscheiden met een ‘Desiderius’ tijdens de presentatie van het nieuwe Civis Mundi Jaarboek, uitgegeven door de Deventer Universitaire Pers (DUP), die de middag organiseerde in samenwerking met de EUR, de Stichting Civis Mundi en de Geert Grote Universiteit (GGU).

Couwenberg kreeg het bronzen beeldje van Desiderius Erasmus van Rotterdam als onderscheiding uitgereikt door Prof. Dr H.A.P. Pols, Rector Magnificus van de EUR, voor zijn uitzonderlijke bijdrage aan het publieke debat en de opinievorming in Nederland in de afgelopen halve eeuw. Als weinig anderen is hij een bruggenbouwer gebleken tussen de ivoren toren van de universiteit en de maatschappij, aldus Pols in de ‘Faculty Club’ op de 17e verdieping van de Tinbergentoren met uitzicht over een mistige Maasstad.

IMG_3320_1

Prof. Dr S.W. Couwenberg ontvangt uit handen van Prof. Dr H.A.P. Pols, Rector Magnificus van de Erasmus Universiteit Rotterdam, een ‘Desiderius’.

De Rector Magnificus ontving na zijn toespraak het eerste exemplaar van ‘Civis Mundi Jaarboek MMXIV: Heeft geschiedenis zin? Of is dat een onzinnige vraag?’ uit handen van uitgever Sybrand Buve van de DUP, tevens universiteitssecretaris van de GGU.

IMG_3323_1

Uitgever Sybrand Buve van de Deventer Universitaire Pers (links, op de rug gezien) overhandigt het eerste exemplaar van het Civis Mundi Jaarboek aan Rector Magnificus Pols van de Erasmus Universiteit Rotterdam en aan auteur Prof. Couwenberg.

Onder de ca. 50 aanwezigen waren ook andere Nederlandse opinieleiders en intellectuelen aanwezig, zoals de Amsterdamse historicus en publicist Dirk-Jan van Baar, de Leidse rechtsfilosoof Afshin Ellian en de Rotterdamse cultuurfilosoof Jos de Mul. Ook de eerste bezetter van de bijzondere Civis Mundi Leerstoel voor Filosofie van Cultuur, Politiek en Religie, mevrouw Marli Huijer, gaf acte de présence, evenals Jeroen Buve, directeur van het Rudolf von Laun Instituut voor Toegepaste Metafysica en geestelijk vader van de Deventer Universiteit.

IMG_3336_1

Van links naar rechts: Dirk-Jan van Baar, Paul Cliteur, Hugo Verbrugh, Gelijn Molier, Wim Couwenberg met Desiderius, Sybrand Buve, Jeroen Buve en Koo van der Wal en op de voorgrond cartoonist Djanko bij de presentatie van Civis Mundi Jaarboek MMXIV.

Lofredes werden gehouden door de hoogleraren Paul Cliteur (Universiteit Leiden) en Koo van der Wal (EUR). Wiskundige en radicale vrijdenker Wim Rietdijk (87), vroeger ook wel ‘de Robespierre van Rotterdam’ genoemd, getuigde van de intellectuele eerlijkheid en integriteit van de gehuldigde als mens en als levenslange vriend.

Cartoonist en componist Djanko (nom de plume van de zoon van Couwenberg) had voor deze gelegenheid een tekening gemaakt( zie ook: www.djanko.nl) en een erg geestig liedje voor zijn vader gecomponeerd, dat hij ten gehore bracht.

CM-Jaarboek2015-kleur_1

Prof. Dr S.W. (Wim) Couwenberg (89) was bijna 20 jaar hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de EUR. Hij is nog steeds maatschappelijk en wetenschappelijk actief, primair als Hoofdredacteur-Directeur van Civis Mundi maar bijvoorbeeld ook als lid van de Raad van Advies van de Geert Grote Universiteit. De nestor van de Nederlandse publieke intellectuelen toonde zich verrast en zichtbaar geroerd door de onderscheiding.

IMG_3325_1

‘Professor Couwenberg heeft lang op zo’n erkenning moeten wachten, maar, zoals de Friezen zeggen: “Better let as net!”. Couwenberg had de moed standpunten in te nemen die als tegendraads golden op politiek en maatschappelijk gebied, zoals integratie. Deze houding heeft hem veel weerstand opgeleverd, maar de geschiedenis heeft hem gelijk gegeven,’ aldus Sybrand Buve. ‘Deze man verdient een standbeeld.’

50 jaar geleden verscheen het eerste Jaarboek van het door Couwenberg opgerichte Civis Mundi (Latijn voor ‘De Wereldburger’), tijdschrift voor politieke filosofie en cultuur. Het nieuwste Jaarboek, ‘Heeft geschiedenis zin? Of is dit een onzinnige vraag?’ is verkrijgbaar in de boekhandel of bestelbaar via de webwinkel van de uitgeverij: www.universitairepers.nl.

N.B.
De integrale tekst van de lezing van Paul Cliteur kunt u hier lezen of ophalen.

SOCIALICON
GGU op Facebook
GGU op Youtube